Inleiding

De Wageningen University & Research (WUR) heeft met Pesticiden in terrestrische Natura 2000-gebieden: verkennende beoordeling op aanwezigheid, blootstellingsroutes en potentiële ecologische risico’s voor bodemorganismen en niet-doelwit geleedpotigen een studie het licht doen zien dat bij nadere bestudering op elk wetenschappelijk criterium faalt.

Samen met collega Ronald Meester heb ik dit rapport op eigen initiatief grondig geanalyseerd: WUR-rapport 3504 - een Methodologische en Ecotoxicologische Ontleding. Onze conclusies zijn bepaald niet fraai voor de WUR.

WUR-Rapport 3504 beantwoordt geen van zijn eigen onderzoeksvragen, berust op niet-herleidbare en deels gecorrumpeerde data, hanteert een risicomethodologie waarvan de uitkomst wordt bepaald door arbitraire parameterkeuzes, en vertaalt dit alles niettemin in ongefundeerde beleidsaanbevelingen.

Ons academisch advies aan de auteurs en de WUR: trek dit rapport onmiddellijk terug.

Revisie is niet mogelijk. Waarom niet? Omdat de gebruikte empirische data voortkomen uit onderzoek dat niet als wetenschappelijk kan worden geclassificeerd. Dit past in een inmiddels herkenbaar patroon.

Ik heb eerder - onder meer in mijn adviezen aan het Parlement en in mijn open brief aan de Tweede Kamer - gewaarschuwd voor de pseudowetenschappelijke onderbouwing van het pesticidenbeleid.

WUR-rapport 3504 is daarvan een nieuw en bijzonder schrijnend dieptepunt. Het is onverantwoord dat een instituut zoals de WUR zich leent voor dit politieke pesticidenspel.

Aanleiding en context

Het WUR-rapport presenteert zich als een “verkennende beoordeling” van de risico’s van pesticiden voor terrestrische Natura 2000-gebieden in Nederland. Een relevant onderwerp, zeker.

Maar relevantie van een onderwerp is geen vrijbrief voor methodologische willekeur.

Het rapport past in het bredere politiek-wetenschappelijke discours rond gewasbeschermingsmiddelen dat de laatste jaren steeds intensiever is geworden.

Rechtszaken rond de lelieteelt, parlementaire debatten over neurodegeneratieve ziekten, het voorzorgbeginsel als juridisch wapen - ik heb dat uitvoerig beschreven in Het Ware Gezicht van het Voorzorgmonstrum.

In dit discours worden rapporten als dat van de WUR gretig opgepikt door rechters, beleidsmakers en activisten. Dat maakt kwaliteitscontrole des te urgenter. En laat die nu juist ontbreken!

Rapport beantwoordt eigen onderzoeksvragen niet

Een elementaire eis aan elk wetenschappelijk onderzoek: beantwoord de vragen die je stelt. Het klinkt bijna te banaal om op te schrijven. Toch slaagt WUR-Rapport 3504 hier niet in.

Het rapport formuleert onderzoeksvragen over de aanwezigheid van pesticiden in Natura 2000-gebieden en de mogelijke risico’s daarvan voor de natuur. Maar de conclusies sluiten niet aan op deze vragen.

Er gaapt een enorme kloof tussen vraagstelling en beantwoording die wordt gemaskeerd door vage formuleringen, onbepaalde kwalificaties en - dat is het ernstigst - ongefundeerde beleidsaanbevelingen die uit het niets lijken te verschijnen.

Wie het rapport kritisch leest, ziet een tekst die om de hete brij heen draait. De onderzoeksvragen worden niet systematisch afgehandeld. In plaats daarvan wordt de lezer meegenomen in een reeks observaties en exercities die weliswaar ingewikkeld - wetenschappelijk! - ogen maar geen antwoord geven op de gestelde vragen.

Dit is geen klein verzuim. Dit raakt de kern van wat wetenschappelijk onderzoek is: systematisch en transparant antwoord geven op expliciet geformuleerde vragen.

Onherleidbare en gecorrumpeerde data

De empirische basis van het rapport is problematisch. En dat is een understatement.

Uit onze analyse blijkt dat gebruikte bronnen onvolledig of helemaal niet worden benoemd. Meetdata zijn niet reproduceerbaar. Dat betekent dat een onafhankelijke onderzoeker niet in staat is de gepresenteerde resultaten te verifiëren.

In de wetenschappelijke praktijk is reproduceerbaarheid geen luxe maar een sine qua non.

Data die niet herleidbaar zijn, bestaan in wetenschappelijke zin niet. Ze zijn als een huissleutel die op geen enkel slot past. Ze zien eruit als een sleutel, maar ze functioneren niet als zodanig.

Ernstiger nog: de onderliggende studies waaruit de WUR haar data haalt, vertonen zélf fundamentele methodologische gebreken. De WUR bouwt, met andere woorden, haar analyse op een fundament dat al gebroken is.

Een gebouw op drijfzand, hoe fraai de gevel ook mag zijn.

Dit probleem is niet op te lossen met een revisie. Je kunt gebrekkige data niet repareren door ze opnieuw te analyseren. De data zelf zijn het probleem.

De Vlinderstichting data

Maar het wordt nog erger. Onherleidbare data kunnen nooit deel uitmaken van welke wetenschappelijke analyse dan ook. Toch maken de auteurs van het WUR-rapport ruimschoots gebruik van een rapport dat nergens door hen wordt geciteerd.

Het betreft het Vlinderstichting rapport Pesticiden in Natura2000 gebieden (Rapportnummer VS2025.016) versie 1 van 4 augustus 2025. Dit rapport is online niet vindbaar bij de Vlinderstichting, maar wel op het web archive!

Het is al op 7 augustus 2025 offline gehaald door de Vlinderstichting maar zelfs in januari 2026 zijn de auteurs van het WUR-rapport er nog mee in de weer.

Dat blijkt uit de conceptversie van het rapport (d.d. 15-01-2026!) die we verkregen via het RIVM samen met de RIVM-review. Het RIVM-oordeel is glashelder (met nadruk):

“Wat blijft er over van de conclusies als de resultaten van het onderzoek van de Vlinderstichting niet worden meegenomen? De rapportage van dit onderzoek [van de Vlinderstichting] schiet ernstig te kort en het wetenschappelijk gehalte laat te wensen over. Daarnaast zijn de resultaten afwijkend. Het zou onverstandig zijn om de conclusies over wel of geen risico’s in dit WEnR-rapport voor een onevenredig deel op dit onderzoek te baseren. Je maakt je daarmee ook kwetsbaar voor kritiek.”

Juist ja. Hoewel in de finale versie van het WUR-rapport het Vlinderstichting rapport in de tekst niet meer voorkomt, is het WUR-rapport nog steeds vervuilt met de Vlinderstiching data. Dat is vooral te zien in Annex 1 (Tabel S1; p. 69).

In onze Methodologische en Ecotoxicologische Ontleding gaan we uitgebreid in op deze faux pas van de auteurs van het WUR-rapport.

Methodologische warboel: arbitraire risicomethodologie

De risicobeoordelingsmethodologie die het rapport hanteert, is zodanig opgezet dat de uitkomst wordt bepaald door willekeurige parameterkeuzes. Draai aan de knoppen, en je krijgt een ander resultaat. Dat is geen wetenschap; dat is een kermisattractie.

Wie dit patroon herkent uit het stikstofdiscours heeft goed opgelet.

Het doet sterk denken aan de pseudoprecisie van Kritische Depositiewaarden (KDW) en het AERIUS-model, waarvan ik eerder heb aangetoond dat ze wetenschappelijk onhoudbaar zijn: Wie verlost ons van de KDW-pseudowetenschap?

Het mechanisme is identiek: complexe modellen en berekeningen wekken de indruk van precisie en wetenschappelijke degelijkheid, terwijl de onderliggende keuzes arbitrair zijn.

De uitkomsten zijn artefacten van de methode, niet van de werkelijkheid.

Bovendien wordt de risicoanalyse in het WUR-rapport gecorrumpeerd door het toevoegen van niet-relevante data van zware metalen. Data die niet thuishoren in de analyse worden toegevoegd, waardoor het resultaat verder wordt vertekend.

Van wetenschap naar beleid: ongefundeerde aanbevelingen

Desondanks alle aantoonbare gebreken vertaalt het rapport zijn non-conclusies in beleidsaanbevelingen. Het rapport doet alsof het iets te melden heeft over de risico’s van pesticiden voor Natura2000-gebieden en formuleert op grond daarvan aanbevelingen voor het beleid.

Dit is het kernprobleem: pseudowetenschap wordt institutioneel salonfähig gemaakt.

Rapporten als deze worden direct doorgesluisd naar het beleidsdiscours rond pesticiden en natuurbescherming. Rechters verwijzen ernaar. Parlementariërs nemen er nota van. Beleidsmakers baseren er maatregelen op.

Ik heb dit mechanisme eerder gezien en beschreven. Zie bijvoorbeeld mijn blogpost Voorzorgsbeginsel of de Groene Klassenjustitie van de Rechterlijke Macht.

Bij de lelieteelt-rechtszaken verwees een rechter naar een ‘analyse’ van een toxicoloog die geen analyse was maar een opsomming van artikelen zonder inhoudelijke waardering.

Bij een parlementaire gespreksronde over gewasbeschermingsmiddelen werden epidemiologische studies opgevoerd die geen blootstelling meten maar enquêtes afnamen.

Het WUR-rapport past naadloos in dit patroon. Het voegt een nieuw flinterdun laagje schijnbare legitimiteit toe aan een discours dat al doordrenkt is van deerniswekkende wetenschap.

Conclusie: trek dit rapport onmiddellijk terug

Het feit dat een gerenommeerde instelling als de WUR een dergelijk rapport publiceert, kan als niets anders dan beschamend worden gekwalificeerd.

Ons academisch advies aan de auteurs en de WUR is ondubbelzinnig: trek dit rapport terug.

Revisie is niet mogelijk. Niet omdat wij dat niet zouden willen, maar omdat het niet kan. De gebruikte empirische data kan niet als wetenschappelijk worden geclassificeerd vanwege fundamentele methodologische gebreken.

Men kan een bouwval nu eenmaal niet renoveren door het behang te vernieuwen.

WUR-Rapport 3504 is geen wetenschappelijk rapport. Het is een pseudowetenschappelijk construct dat bestaande gebrekkige studies een schijn van legitimiteit verleent.

Zolang instellingen als de WUR dergelijke rapporten publiceren zonder adequate interne kwaliteitscontrole, blijft het pesticidenbeleid gegijzeld door hele slechte wetenschap.

Dat heeft reële consequenties voor de landbouw, de rechtszekerheid van mensen en bedrijven en het vertrouwen in de academie.