Inleiding

In Terry Gilliams meesterwerk Brazil (1985) wordt een onschuldige man, Harry Buttle, gearresteerd, gemarteld en vernietigd; door een typefout.

Een doodgeslagen vlieg landt tussen de typestangen van een typemachine met als gevolg dat de achternaam ‘Tuttle’ - de ’loodgieter-terrorist’ (‘heating engineer’) die reparaties uitvoert zonder de bureaucratische papierwinkel - verandert in ‘Buttle’. Het bureaucratische apparaat doet de rest.

De hoofdpersoon Sam Lowry, een onbeduidende ambtenaar in het kolossale bureacratische netwerk, poogt de onterechte arrestatie recht te zetten. Via een aaneenschakeling van gebeurtenissen komt hijzelf in de problemen.

Gilliam laat zien dat de mens achter het dossier irrelevant is; het dossier is de persoon.

Zo’n veertig jaar later staat de Europese Unie op het punt om iedere burger een digitale identiteit te geven. De European Digital Identity Wallet — de EUDI-wallet — moet eind 2026 beschikbaar zijn voor alle EU-burgers, inwoners en bedrijven.

Het wordt gepresenteerd als emancipatie. Ik zie de contouren van een kerker.

Ik heb in mijn serie over Utopia uitgebreid stilgestaan bij de relatie tussen data, macht en dwang. Het is nu de hoogste tijd om die analyse toe te passen op wat wellicht de meest ingrijpende digitale infrastructuur wordt die Europa ooit heeft opgetuigd.

De petitie Garandeer het recht op een leven zonder een digitale identiteit is een eerste aanzet tot Nederlands protest tegen deze ontwikkelingen.

De belofte: vrijheid en gemak

De Europese Commissie presenteert de EUDI-wallet in ronduit euforische bewoordingen. De officiële pagina spreekt van een “universal, trustworthy, and secure European digital identity wallet” die de burger “full control over their data” geeft “eliminating unnecessary data sharing”.

De wallet wordt neergezet als de oplossing voor een hele rij vraagstukken: fraudebestrijding, naadloze toegang tot overheidsdiensten, vereenvoudiging van bankzaken, digitale handtekeningen, medische recepten, reisdocumenten, diploma’s — alles in één app.

De retoriek is die van ‘de bevrijding’ — de exodus uit het overgebureaucratiseerde formulieren- en identificatieland naar het digitale paradijs waarin alles wat we willen gecentraliseerd kan worden gerealiseerd.

Eindelijk heb jij de volledige controle. Eindelijk is je identiteit veilig. Wie kan daar nu tegen zijn? Welnu, laat mij een poging wagen.

Van vrijwilligheid naar dwang — de logica van de onontkoombare wallet

Het probleem zit niet in de belofte maar in de architectuur. De vraag is niet of digitale identificatie handig kan zijn; natuurlijk kan dat. De vraag is wat er gebeurt wanneer de voorgestelde overheidsinfrastructuur de enige toegang wordt tot totale maatschappelijke participatie.

En die vraag laat de Europese Commissie stelselmatig onbeantwoord.

De EUDI-verordening bevat een kleine passage die bij oppervlakkige lezing geruststellend klinkt: de wallet is beschikbaar voor iedereen “who wants to use it”. Vrijwillig, dus. Maar lees verder.

Dienstverleners die wettelijk verplicht zijn hun klanten ondubbelzinnig te identificeren, moeten de wallet accepteren voor authenticatie. Banken, telecomproviders, overheidsloketten — zij worden verplicht de wallet als geldig identificatiemiddel te erkennen.

Tot zover lijkt dat redelijk: het is een extra optie.

Maar hier manifesteert zich het patroon dat ik al eerder beschreef in mijn blogpost over vrijheid: de weg van aanbod naar verplichting wordt stapje voor stapje afgelegd. Eerst is het een mogelijkheid. Dan wordt het de standaard die eigenlijk ‘redelijkerwijs’ niet geweigerd kan worden.

Vervolgens worden de aloude ‘alternatieven’ — let op het taalgebruik — ‘onpraktisch’, ‘duur ‘of zelfs helemaal ‘onbeschikbaar’ verklaart. En uiteindelijk is er geen keuze meer.

In Brazil kan Harry Tuttle — de guerrillareparateur die buiten ‘het systeem’ om verwarmingssystemen repareert — niet bestaan binnen de allesoverheersende bureaucratie. Zonder “formulier 27B/6” wordt er niet gerepareerd.

De EUDI-wallet dreigt diezelfde filmlogica — de eeuwenoude logica van de utopie (zie mijn boek ‘Vertrouwd met de werkelijkheid’) — te volgen: wie geen wallet heeft, bestaat ‘steeds minder’. Zonder goedgekeurd dossier is er geen burger.

Laten we niet naïef zijn.

Zodra bankrekeningen, overheidsdiensten, arbeidscontracten en medische recepten en -behandelingen via de wallet lopen, is de formele vrijwilligheid een lege huls. Je kunt weigeren, maar je kunt dan ook geen bankrekening openen, geen belastingaangifte doen, en geen medicijnen ophalen.

Dat is institutionele chantage met een vriendelijk gezicht.

De digitale avatar als controlemechanisme

Laat ik het onomwonden zeggen: een overheid die in real-time kan zien welke attestaties een burger deelt, welke diensten hij gebruikt, welke documenten hij ondertekent en welke financiële transacties hij verricht, beschikt over een surveillanceinstrument dat de Oost-Duitse Stasi zou doen watertanden.

Bedenk dat de EUDI-wallet geïntegreerd ‘moet’ worden met de central-bank digital currencies — CBDCs bijvoorbeeld de digitale euro — en het ISO 20022 systeem dat wereldwijde betalingen harmoniseert.

De Commissie beweert dat de burger zelf bepaalt welke gegevens worden gedeeld. Technisch mag dat zo zijn. Maar de infrastructuur bepaalt wat mogelijk is, en die infrastructuur is in handen van overheden en door overheden aangewezen private partijen.

In mijn blogpost Gecentraliseerde macht, informatie en angst heb ik betoogd dat een geharmoniseerd wereldbeeld, gepresenteerd aan ons ‘gedigitaliseerden’, een utopisch doel is dat kan worden bereikt via surveillance, censuur en intimidatie.

De EUDI-wallet is de volgende stap in precies dat traject.

De stap van identificatie naar geautomatiseerde censuur is technisch klein. Als de wallet de poort is tot diensten en betalingen, dan is het intrekken of bevriezen van die wallet een — digitale doodstraf — het uitwissen van iemands maatschappelijke bestaan.

Zonder menselijke tussenkomst. Zonder beroepsmogelijkheid, want het algoritme heeft besloten.

Wie denkt dat dit sciencefiction is, herinnere zich de Canadese truckerprotesten van 2022, waarbij bankrekeningen van demonstranten werden bevroren.

De technologie is het beleid geworden.

AI-agents, hacking en de broosheid van het digitale zelf

In Brazil wordt het leven van Archibald Buttle vernietigd door een typefout. Dat scenario wordt exponentieel gevaarlijker in een digitaal ecosysteem waarin Kunstmatige Intelligentie zowel aanvaller als verdediger is.

AI-gestuurde aanvallen op digitale wallets zijn geen theoretische mogelijkheid; ze zijn een wiskundige zekerheid. Deepfake-identiteiten, geautomatiseerde phishing op schaal, manipulatie van attestaties — de aanvalsvectoren zijn legio.

En hier openbaart zich het werkelijke gevaar: wanneer je digitale identiteit wordt gestolen of gecorrumpeerd, ben je niet alleen slachtoffer van fraude. Je ‘bestaat’ als de ‘verkeerde persoon’. Je wallet zegt dat je iemand bent die je niet bent, of dat je dingen hebt gedaan die je niet hebt gedaan.

En net als in Brazil is de vraag: wie gelooft het systeem, en wie gelooft jou?

Gecentraliseerde of federatief-gekoppelde databases zijn per definitie honingpotten voor hackers. Eén succesvolle inbraak — en de identiteiten van miljoenen burgers liggen op straat. De Franse overheid kan daarover meepraten.

Het heeft bevestigd dat er bij een instantie voor de uitgifte van identiteitsbewijzen — France Titres, ook bekend als Agence nationale des titres sécurisés (ANTS) — gegevens zijn ontvreemd.

De organisatie is verantwoordelijk voor de uitgifte van identiteitsbewijzen, zoals rijbewijzen, identiteitskaarten, paspoorten en immigratiedocumenten. Er lijken zo’n 19 miljoen accounts van burgers te zijn gestolen.

Discriminatie en uitsluiting: de nieuwe tweederangsburger

Er is een groep burgers die door de misplaatste digitale euforie consequent (of willens en wetens?) over het hoofd wordt gezien: zij die de wallet niet kunnen of niet willen gebruiken.

Zoals daar zijn: ouderen die niet digitaal vaardig zijn. Mensen met een beperking die de technologie niet kunnen bedienen. Principiële weigeraars die om valide redenen niet willen dat hun bestaan wordt gereduceerd tot een digitaal dossier.

Zij worden in de EUDI-architectuur de facto tweederangsburgers. Het patroon is herkenbaar.

Ik heb het beschreven bij de opmars van de vaccinatieplicht: eerst wordt een systeem aangeboden als keuze, dan wordt het gekoppeld aan toegang tot goederen en diensten, en uiteindelijk wordt niet-deelname bestraft met uitsluiting.

De QR-samenleving van 2021 was een generale repetitie. De EUDI-wallet is de voorstelling.

Fundamentele rechten onder digitale druk

Laten we deze kwestie eens toetsen aan wat we beweren te beschermen.

Privacy (Artikel 8 EVRM): een systeem waarin attestaties, (financiële) transacties en identificaties centraal worden verwerkt, is per definitie een privacyrisico van jewelste. De belofte van “user control” is betekenisloos en misleidend wanneer de infrastructuur zelf in overheidshanden is.

Vrijheid van meningsuiting (Artikel 10 EVRM): wanneer toegang tot digitale diensten gekoppeld is aan een overheidsidentiteit, wordt anonimiteit onmogelijk. En anonimiteit is historisch gezien een voorwaarde voor vrije meningsuiting, niet een obstakel.

Verbod van discriminatie (Artikel 10 EVRM): systematische uitsluiting van burgers zonder wallet is per definitie discriminatie — niet op basis van ras of geslacht, maar op basis van technologische compliance.

Het recht om niet geprofileerd te worden: de EUDI-wallet is een profileringsinstrument — ‘by design’! Het aggregeert precies die gegevens die nodig zijn voor een volledig profiel van elke burger.

Het kern is het volgende: de EUDI-wallet schendt deze en andere rechten niet door regelgeving als zodanig — de verordening zit vol met mooie woorden over privacy en controle.

Ze ondermijnt deze rechten fundamenteel door de beoogde digitale infrastructuur. Door het bouwen van een dergelijk digitaal systeem is schending technisch moeiteloos en bestuurlijk zeer verleidelijk.

De Bijbelse lens

Brazil eindigt met Sam Lowry vastgebonden op een martelstoel. Het systeem kon geen fout erkennen, dus draaide het, willens en wetens, door tot het de mens, de hoofdpersoon, had vermalen.

Het laatste beeld van de film is dat van een man die glimlacht, terwijl zijn beulen boven hem staan. Hij is ‘vrij’, maar alleen in zijn hoofd. (Kortom: kijken die film. Het is een profetisch pareltje.)

De EUDI-wallet dreigt een vergelijkbare logica te institutionaliseren: een systeem dat te complex is om te falen, en te machtig om te gecorrigeerd te worden. De Europese Commissie vraagt ons te geloven dat een digitale kerker geen kerker is, zolang de deur maar op een kier staat.

De vraag is of we bereid zijn de prijs te betalen van een architectuur waarin de overheid de sleutel bezit tot wie je bent — wie je mag zijn. En of we bereid zijn die sleutel toe te vertrouwen aan een klasse bestuurders die keer op keer heeft bewezen dat macht haar corrumpeert, en dat technologie haar middel is.

Het is niet voor niets dat Openbaringen 13 — “16 En het maakt dat men aan allen, kleinen en groten, rijken en armen, vrijen en slaven een merkteken geeft op hun rechterhand of op hun voorhoofd, 17 en het maakt dat niemand kan kopen of verkopen, behalve hij die dat merkteken heeft, of de naam van het beest of het getal van zijn naam.” — bij velen resoneert.

Deze overbekende Bijbeltekst benoemt openlijk het levensgevaar van de normalisering van “kopen of verkopen” vanuit een expliciete en volledige loyaliteit aan een ‘systeem’. Dat is voor mij (en ik vermoed velen met mij) onaanvaardbaar.

Johannes waarschuwde de wereld al 2 millennia geleden. Gilliam deed dat ruim 4 decennia geleden. We doen de Bijbel af als (grotendeels) een fantasieverhaal; we lachen om Gilliams film, als we er al om kunnen lachen.

En ondertussen bouwen we verder aan een goddeloze dystopische digitale kerker waarvan de deuren ‘zomaar’ gesloten kunnen worden; om op- of buiten- te sluiten. “Wie oren heeft, die hore!”