Inleiding
Deze post is samen met gewaardeerde collega Geesje Rotgers ontstaan. We zijn al meer dan 12 jaar op weg in het stikstofdossier en haar bijdragen zijn keer op keer meer dan waardevol.
En ieder ander die het Nederlandse stikstofdossier al een tijdje volgt herkent de basisingrediënten van de gelekte nieuwe plannen onmiddellijk:
- Nederlandse natuur is in een voortdurende slechte staat van instandhouding en ‘moet’ dat ook zijn vanwege het enorme natuurbudget dat in stand moet worden gehouden en ook moet groeien;
- modellen (voor emissies wordt het National Emission Model for Agriculture (NEMA) model gebruikt; AERIUS zit aan de depositiekant) vormen de wetenschappelijke as van de stikstofmachine;
- de modelonzekerheden, waarover Ronald Meester recentelijk heeft gerapporteerd, zijn enorm functioneel in het handhaven en laten groeien van de natuuruitgaven;
- natuurherstelbeloftes ondergaan nooit empirische verificatie; zie punt 1 en 3.
Het bouwstenendocument emissiereductie landbouw dat ik vorig jaar al ontleedde, pleit voor een verschuiving van depositiesturing naar emissiesturing.
Daarmee verplaatst men omvangrijke modelonzekerheden simpelweg van het ene modeldomein — AERIUS — naar het andere — NEMA — zonder dat er ook maar iets fundamenteels verandert aan de armoedige wetenschappelijke onderbouwing.
Dáárom zijn de bufferzones van 1 kilometer in beeld in de nieuwe plannen: geen AERIUS en geen kritische depositiewaarden (KDW) meer, dan alleen dat KDW in de beleidscoulissen van belang blijven om het stikstofnarratief in leven te houden.
De bufferzones zijn het ruilmiddel voor de ‘afschaffing’ van AERIUS en KDW. Lood om oud ijzer.
En die 1000 meter wordt naar alle waarschijnlijkheid 500 meter. Vraag het onmogelijke en je krijgt wat je hebben wilt onder de noemer van ‘onderhandelen’. Zie de kop van het AD-artikel ‘Een kilometerzone voor stikstof? ‘Als je eerlijk bent, dooft het effect van uitstoot binnen 500 meter uit’’ van 17 juni.
Met dit kabinet zijn we op het punt gekomen dat landbouw openlijk en zonder schaamte als niets meer dan milieuvervuilend en klimaatontwrichtend wordt aangemerkt en dus niets van waarde levert aan de samenleving.
Het mag dan ook geen verbazing meer wekken dat we keer op keer worden geconfronteerd met het doemdenkverhaal dat met “de huidige stikstofneerslag [landbouw dus] de patiënt [de natuur] gewoon blijft doorroken.” Propaganda werkt, waarde lezers.
Laten we de armoede van het Nederlands stikstofbeleid nogmaals onder de loep nemen — dat moet blijkbaar — vooral in het licht van de innige samenwerking van overheid, natuur-NGOs en onderzoekers én de onzalige hoeveelheden belastinggeld dat binnen deze bubbel wordt verkwanseld.
Als waarde lezers meer willen begrijpen van deze utopische afgrond, bestel mijn boek ‘Vertrouwd met de werkelijkheid’. De laatste exemplaren van de eerste druk zijn nog beschikbaar (echt waar!).
Werken vóór en procederen tégen de overheid
Zoals gebruikelijk heeft collega Rotgers degelijk werk afgeleverd. Natuuronderzoek, natuurlobbywerk én procederen tegen overheden zijn zaken die plaatsvinden in een gesloten circuit van natuur-NGOs, bestuurders, politici en onderzoekers. Rotgers:
“Het natuuronderzoek wordt door een groep van zo’n twintig veelal ANBI-stichtingen uitgevoerd. Hun werk vormt een belangrijke pijler onder het Nederlandse natuurbeleid. Dat de overheid hier belastinggelden voor aanwendt is verdedigbaar. Problematisch wordt het echter wanneer dezelfde organisaties tegelijkertijd lobbyen of procederen voor een strenger stikstofbeleid. Dat laat zich moeilijk rijmen met de positie van onafhankelijke en neutrale kennisleverancier ten behoeve van overheidsbeleid. Wanneer ambtenaren dan ook nog zetels bekleden bij deze organisaties, of kantoor kiezen op hetzelfde adres als deze stichtingen, dan ontstaat op zijn minst de schijn van belangenverstrengeling. Dit alles roept vragen op over de objectiviteit waarmee het natuurbeleid tot stand komt.”
De vraag stellen is haar beantwoorden. Deze stikstofhandel lijkt verdacht veel op ‘racketeering’. De definitie van een ‘racket’ — georganiseerde zwendel — past goed op wat er in Nederland gebeurt op het gebied van stikstof en natuurbehoud/-herstel (met nadruk):
“een dienst die wordt aangeboden om een probleem op te lossen dat niet bestaat, een dienst die niet in werking zal worden gezet, of een dienst die niet zou bestaan als het racket niet zou bestaan.”
Het feit dat het niet ondenkbaar is dat we in Nederland te maken hebben met grootschalige stikstofracketeering wordt versterkt door de natuuruitgaven die in Nederland worden gedaan. Collega Rotgers heeft ook hier grondig graafwerk verricht.
Exorbitante natuuruitgaven
Over hoeveel belastinggeld hebben we het eigenlijk als het over Nederlandse natuur gaat? De Europese Commissie geeft uitkomst. Dit staat er in Investment needs and priorities for Natura 2000 and green infrastructure – EU-wide assessment based on Member States’ prioritised action frameworks:
- “The balance between annual running costs and one-off investment costs also varies between Member States. The Netherlands stands out in estimating much larger one- off costs than annual running costs. This reflects plans to make substantial investments in restoring habitats such as wetlands, grasslands and forests within Natura 2000, as well as enhancing green infrastructure outside Natura 2000 sites.
- The largest annual cost estimates in absolute terms are for Germany (EUR 1.5 billion), Spain (EUR 1.4 billion) and Netherlands (EUR 0.9 billion).”
Nederland geeft vooral geld uit aan ’natuurprojecten’ en veel minder aan onderhoudskosten, slecht nieuws voor natuurkwaliteit; hoewel Duitsland en Spanje veel grotere landen zijn en binnen de landsgrenzen veel meer Natura2000 oppervlakte hebben, staat Nederland op de derde plaats wat natuuruitgaven betreft.

En de Nederlandse uitgaven blijven maar stijgen, zoals Rotgers ontdekte in de Eurostat gegevens. De aankomende stikstofmiljarden moeten, nota bene, nog in de cijfers worden opgenomen.
De vraag dringt zich steeds steviger op waarom ondanks al die enorme bedragen die Nederland nu en straks aan natuur uitgeeft en zal uitgeven de natuur maar niet ‘opknapt’?!

Natuurlijk! Stikstof! En hier komt de functionaliteit van onzekerheid in modellen werkelijk tot zijn recht. Of het nu depositie- of emissiebeperkingen zijn, de modellen zijn zo onzeker dat het niet uitmaakt of er wel of geen landbouw overblijft in Nederland.
Immers, er kunnen altijd honderden stikstofmolen in of uit de modellen geknutseld worden, naar believen van het samenwerkingsverband tussen onderzoekers, bestuur en natuur-NGOs.
De immense modelonzekerheden zijn dan een politieke pré van jewelste!
Samenvattend, het natuurbeleidnetwerk functioneert als een gesloten circuit. Natuurorganisaties die van overheidsgeld leven, adviseren diezelfde overheid over natuurbeleid, procederen vervolgens tegen diezelfde overheid als het beleid naar hun oordeel (uiteraard) niet ver genoeg gaat, en ontvangen daarna weer subsidie voor meer onderzoek en uitvoering van het aangescherpte beleid.
Stikstofracketeering dus!
Het is een perpetuum mobile van belangenverstrengeling zoals ik eerder beschreef in de context van de expertocratie die de Nederlandse landbouw al decennia bedreigt.
Het dwingende utopische offer: krimp van de voedselproductie
Wat in alle plannen, bouwstenen, provinciale uitwerkingen en wat dies meer zij ontbreekt, is reflectie op wat er verloren gaat. De Nederlandse landbouw is een van de meest productieve en innovatieve ter wereld.
Waarom draaien we onze eigen voedselvoorziening de nek om voor een probleem dat de facto niet bestaat?
In directe zin: geld moet rollen, zeker als het op duurzame wijze kan worden ontfutseld aan de belastingbetaler. Uiteindelijk gaat stikstofbeleid over de staat van instandhouding van jaarlijkse natuurbudgetten van honderden miljoenen!
Daar komt geen snipper aanwijsbare natuur aan te pas.
Daar staat tegenover dat internationaal een herwaardering plaatsvindt van voedselsoevereiniteit en strategische voorraden. De geopolitieke onrust van de afgelopen jaren — oorlogen, handelsconflicten, verstoorde aanvoerketens — heeft pijnlijk duidelijk gemaakt dat voedselproductie geen luxe is maar een strategische noodzaak.
De Nederlandse overheid heeft in dit dossier evident geen weet van de wereld om haar heen. Er is geen enkele interesse voor een strategische voedselvoorraad. Die is er dan ook niet, zo is te lezen in deze rapportage van de Rekenkamer.
Waarom is daar geen bestuurlijk-politieke interesse voor?
Mijn antwoord: omdat dit en voorgaande kabinetten een groot dedain hebben voor de Nederlandse bevolking. Met utopische voortvarendheid moet alles vele malen duurder gemaakt worden, vooral wat betreft die voedselproducten waarin Nederland nog wel zelfvoorzienend is.
Het utopisch gedachtegoed vraagt nu eenmaal een onvoorwaardelijke afhankelijkheid van overheidsinstellingen. Dat kan ‘het beste’ worden gerealiseerd door voedsel-, maar ook de energieproductie, te ontwrichten.
Daarom wordt de landbouw in Nederland weggezet als primair milieuvervuilend en klimaatontwrichtend! Of dat feitelijk wel of niet het geval is doet helemaal niet ter zake, zoals ik in mijn boek opmerk:
“Als het gepresenteerde … wereldbeeld – de wereld als verdorven, corrupt, dystopisch [de landbouw als alleen maar milieuvervuilend]– helemáál niet zo lijkt als ons wordt voorgehouden, dan zal de huidige wereld [in dit geval de landbouw] aan haar ‘einde’ moeten worden gebracht …, virtueel [AERIUS, NEMA, KDW], dan wel in het echt [bufferzones]. We kunnen niet vertrouwd blijven met de werkelijkheid; die moet worden ge(re)construeerd, gepresenteerd én begrepen als zieltogend..” (p. 205)
In 2021 waarschuwde ik al dat het onteigeningstraject van boeren, die met de bufferzoneplannen realiteit kan worden, diepe sporen zal trekken in de samenleving. Het zal het vijandschap tussen burger en bestuur verder aanwakkeren.
