Inleiding

Ik heb, waarde lezers, een synoniem trachten te vinden voor het woord ‘vervloekt’ in de titel van deze blogpost. Het is een lelijk woord.

We kennen de Engelse variant maar al te goed: “There are three kinds of lies: lies, damned lies, and statistics” zoals Mark Twain in zijn biografie opmerkt.

Maar het woord past, helaas, in het stukje geschiedenis dat ik in deze blogpost bespreek. Zoals gebruikelijk in Nederland gaan die leugens over de landbouw.

Wat blijkt?

Eind december vorig jaar heeft gewaardeerde collega Geesje Rotgers maar weer eens een waterdata analyse ondernomen en gepubliceerd: “PBL rekent watervervuiling (stikstof en fosfor) uit andere bronnen toe aan landbouw”.

Daarnaast heeft Rotgers afgelopen maandag 5 januari een boekje opengedaan over het broddelwerk van de provincie Utrecht. Het UPLG - het Utrechts Programma Landelijk Gebied - kan, zo blijkt, de prullenbak in en vooral daar blijven.

SGP-Kamerlid André Flach stelt Kamervragen over deze kwesties.

Dat gezegd hebbende, wat is de strategie die al jaren politiek-bestuurlijk wordt ingezet om de landbouw milieu-cosmetisch in een kwaad daglicht te plaatsen?

(Over de AERIUS en KDW, de illusie van een betrouwbare stikstof-modelwerkelijkheid dus, weten we gelukkig al meer dan genoeg.)

De Commissie Aanpassing Belastingstelsel (CAB) van de Unie van Waterschappen bracht in 2018 het rapport “Waterschapsbelastingen: klaar voor de toekomst” uit waarin de volgende oppervlaktewaterstrategie als het ware werd vastgelegd:

  1. Stel strenge beoordelingskaders vast, bijvoorbeeld in de vorm van contextloze strenge stikstof (N) en fosfor (P) oppervlaktewaternormen;
  2. Tel niet-landbouwbronnen (Rotgers rapporteerde dat wederom) op bij de totale landbouwbelasting van het oppervlaktewater (zoals bijvoorbeeld nutriënten aanwezig in kwel- en inlaatwater);
  3. Vereng de Staat van Instandhouding (SvI) van de natuur tot gemodelleerde N- en P-belasting van het oppervlaktewater met bijbehorende contextloze normen.

Dit rapport van de CAB is door collega Rotgers en uw waarde blogger in 2018 ‘uit het water geblazen’. Zie De boer betaalt, maar voor welke ‘vervuiling’?.

Het CAB-rapport debacle is een geschiedenisles die politiek-bestuurlijk maar al te graag wordt genegeerd. Laat deze blogpost een waarschuwing zijn aan politiek-bestuurlijk Nederland: al is de leugen nog zo snel ….

Het Belastingplan (in de herhaling)

In december 2017, alweer ruim 8 jaar geleden, publiceerde de Commissie Aanpassing Belastingstelsel (CAB dus) van de Unie van Waterschappen haar voorstellen voor herziening van de waterschapsheffingen.

Het nieuwe belastingstelsel moest volgens de CAB er voor zorgen dat de rekening van de taakuitoefening van de waterschappen op de juiste plek wordt neergelegd. Ten aanzien van de landbouw schrijft de CAB in haar rapport op pagina 48 (van de pdf):

“Binnen het huidige belastingstelsel worden zogenoemde “puntlozingen” wel en “diffuse lozingen” niet in de heffing betrokken en bestaat dus een onderscheid tussen lozingssituaties op oppervlaktewater. “Diffuse lozingen” zijn lozingen zonder pijp waarvan voorbeelden zijn: afstroming, uitspoeling en verwaaiing. Binnen het voor de veront reinigingsheffing leidende belastingprincipe ‘de vervuiler betaalt’ is het consequent om het lozen van (dezelfde) stoffen in beide lozingssituaties te belasten. Daar komt bij dat uit meetgegevens blijkt dat vanuit de landbouw verreweg de grootste emissie plaatsvindt van stikstof en fosfor op oppervlaktewater, zie paragraaf 6.2.2. De CAB adviseert daarom ook voor diffuse verontreiniging uit de landbouw een heffing toe te passen.”

Volgens de CAB is de landbouw voor wat stikstof betreft verantwoordelijk voor 59.7% van de totale oppervlaktewaterbelasting. Voor fosfor staat de teller op 61.7%.

The meme

Wij hebben de simpele vraag gesteld aan de hand van de emissieregistratie of deze meme wel klopt. Bedenk dat we de onderliggende modellering met bijbehorende onzekerheden niet hebben geanalyseerd. Dat gaan wij het komende jaar doen!

Ons commentaar

Niet-landbouw nutriëntenbronnen

In de herhaling: volgens de CAB is de landbouw voor wat betreft stikstof verantwoordelijk voor 59.7% van de totale oppervlaktewaterbelasting. Voor fosfor staat de teller op 61.7%.

Maar, een voetnoot bij deze twee uit- en afspoelingspercentages vermeldt dat de uit- en afspoeling van natuurgronden op het landbouwconto zijn bijgeschreven door de CAB.

Geweldig toch dat de landbouw toen al mocht opdraaien voor andermans kostenpost, die alleen maar zou toenemen gezien de toenmalige en huidige natuurambities.

Maar er is meer.

Voor Waterschap Vechtstromen, De Dommel en Limburg hebben Rotgers en ondergetekende gekeken naar concentraties stikstof gemeten in beken op/nabij de landsgrens én met stroomgang richting Nederland in de periode 2015 t/m 2017. Voilà:

Uit nadere analyse van de data blijkt dat er in de tien voorgaande jaren eigenlijk geen sprake is van een afname van stikstofconcentraties in het inlaatwater (zie figuren 2a, b, c in ons rapport).

Wij concludeerden dan ook dat de stikstofnormen in deze grensgebieden tot in lengte van jaren zullen worden overschreden los van welke landbouwinspanning dan ook. Het PBL echter merkt in een email aan Rotgers droogjes op:

“Inlaatwater is geen emissiebron. … Zo neemt de Emissieregistratie de aanvoer van nutriënten uit het buitenland via Rijn en Maas ook niet mee als een emissiebron. … we kijken alleen naar de binnenlandse bronnen.”

Inlaatwater mag formeel geen emissiebron zijn, het is wel een nutriëntenbron waarvoor de landbouw geen verantwoordelijkheid kán nemen maar, direct en indirect, die verantwoordelijkheid toch in de schoenen krijgt geschoven.

Dat weet het PBL heel goed. Immers, bronnen omvatten alle emissies, maar niet alle emissies zijn bronnen. Verschuilen achter een definitiekwestie is een zwaktebod en treurige haarkloverij.

Normen (beoordelingskaders)

Deze kwestie - niet-landbouw nutriëntenbronnen - roept de vraag op hoe waternormen zich behoren te verhouden tot de historische, geochemische en ecologische context van oppervlaktewater en de bijbehorende (water)bodems.

In 2018 hadden we al gezien dat waterschappen aan de landsgrenzen zich niets gelegen lieten liggen aan stikstofvrachten die uit het buitenland ons land komen ‘binnendrijven’.

Op ons verzoek heeft de Europese Commissie ons één en ander duidelijk gemaakt over N en P normen en oppervlaktewaterkwaliteit (onvertaald; met nadruk):

“The fundamental aim of the Water Framework Directive is for EU Member States to achieve good ecological status and ensure no deterioration of status in all water bodies.

It is unnecessary and unrealistic to aim for ‘zero emissions’ in agricultural areas or in areas that are not farmed, as all water bodies have natural background levels of nitrogen and phosphorus.

While good chemical status is also required, and it plays an important role in the achievement of good ecological status, no specific nitrogen and phosphorus concentrations are mentioned in the Directive.

Rather, it is up to the Member States to identify the maximum nitrogen and phosphorus concentrations that will enable good status in a particular water body.”

Normen zijn een míddel om te komen tot het doel van een goede ecologische staat van waterlichamen in de context van aanwezige landbouw en andere nutriëntenbronnen! ‘Brussel’ noemt dus expliciet geen te handhaven chemische normen.

PBL: de Europese Commissie is een stuk nauwkeuriger in deze bronnenkwestie dan u tot op heden bent. Weten we dat ook weer.

De ‘vervuiler (landbouw) betaalt’?

Ons rapport bleek een forse (diepte)bom onder de ‘belastingvernieuwing’ (preciezer: verhoging) van de waterschappen. Sterker, de vernieuwing was meteen van de baan, zeker na onze presentatie in Nieuwspoort op 6 maart 2018.

Aangezien men nog steeds de landbouw aanslaat voor nutriëntenbelasting die elders vandaan komt, kan tout politiek-bestuurlijk Nederland schijnbaar via het ‘vervuiler betaalt’ principe oneindig veel (gefabuleerde) kosten maken én doorbelasten aan de landbouw.

Daarmee is echter buiten de waard gerekend. Een (hectare)heffing is namelijk totaal iets anders van het ‘vervuiler betaalt’ principe.

Het karakter van het ‘vervuiler betaalt’ principe is immers dat belastingen (‘milieukosten’) omlaag gaan als de milieubelasting omlaag gaat. De agrariër stuurt op reductie van nutriëntenbelasting teneinde de opgelegde belastingen te verminderen.

Dát wordt, met de ‘hulp’ van onder andere het PBL, de facto onmogelijk gemaakt. Het ‘vervuiler betaalt’ principe is in Nederland verworden tot een ordinaire heffing, die overigens het CAB-voorstel uiteindelijk fataal werd.

Rest mij nog op te merken dat het niet meer mogelijk is voor politiek-bestuurlijk Nederland zich te verstoppen achter gemeenplaatsen dat de landbouw dit of dat aan te rekenen zou zijn.

Ik hoop, tegen beter weten in (vrees ik), dat het nieuw te vormen kabinet met veel grotere precisie landbouwbeleid zal voeren maar ook eist dat wetenschappelijke instellingen met een veel grotere precisie zullen rapporteren. (Verzwijgen is ook een vorm van liegen.)

Policy and science by handwaiving moet afgelopen zijn!