Woord vooraf

Voordat we weer eens een duik nemen in het gewasbeschermingsmiddelen dossier vraag ik de aandacht van mijn waarde lezers voor een interview met mij over het stikstofdossier: ‘stikstofdiscours is staatsterrorisme’. Ook een ’leuk’ onderwerp met een pakkende titel.

Terugkijkend viel mij in ieder geval dit op: wetenschappelijk onderzoek wordt veel teveel op een voetstuk geplaatst. Een ‘cursus nederigheid’ zou verplichte kost moeten zijn op alle universiteiten.

Wat ik bedoel te zeggen is dit.

Het doen van onderzoek is een geweldige onderneming. Het een beetje beter begrijpen van de werkelijkheid een zegen. Dat feit alleen al, dat wij mensen de werkelijkheid, tot op zekere hoogte, kunnen begrijpen is een wonder.

Ik heb het daarover in mijn boek ‘Vertrouwd met de werkelijkheid’ (hier te bestellen).

In al dat ‘begrijpen’ is het zaak grote bescheidenheid te betrachten. We weten nog maar zo weinig. Laat ik als opmaat naar deze blogpost een ‘voedingsadvies’ geven:

“Eet gevarieerd en niet teveel”.

Het is een simpel en diepzinnig advies. Variatie in ons voedsel voorkomt overbelasting met voedseleigen chemische stoffen - de dosis maakt het gif, niet de stof zelf - én voorkomt dat we gebrek krijgen aan essentiële nutriënten zoals vitaminen en mineralen. En teveel is nooit goed.

Het bijzondere aan dit advies is dat niet verteld wordt wát wij moeten eten. Immers, het mondiale voedselpalet is immens; niemand kan ons in detail vertellen welk voedsel ‘gezonder’/‘beter’ is. Dat bedoel ik nu met bescheidenheid.

En gewasbeschermingsmiddelen (landbouw pesticiden) dan?

De schatting is dat wij per dag enkele duizenden verschillende natuurlijke pesticiden binnenkrijgen via voeding. We consumeren ruim een gram aan natuurlijke pesticiden; dat is ruwweg een factor 10,000 hoger dan synthetische landbouwpesticiden.

Zie mijn blogpost ‘Death by Nature’ óf de Toxicologie van ‘Puur Natuur’ voor veel meer details. Goed, we verplaatsen ons naar het Land van Cuijk waar gewasbeschermingsmiddelen moeten verdwijnen, want heel erg eng.

Inleiding

Burgers zijn bang én bang gemaakt. Rechters verbieden gewasbeschermingsmiddelen. Politici eisen strengere regels. De media serveren ons het ene na het andere doemscenario over pesticiden in ons voedsel, in onze tuinen, in de lucht die wij inademen.

Maar hoe verhouden al deze reacties zich tot de veel grotere toxicologische werkelijkheid? Dat is de hamvraag.

En het antwoord is ontnuchterend: er gaapt een immense kloof tussen de publieke en juridische risicoperceptie en de toxicologische werkelijkheid die zo breed is dat je er een complete landbouwsector in kunt verliezen.

Dat laatste staat het Land van Cuijk te wachten. Er werd een avond belegd waarin een “evenwichtig en eerlijk verhaal werd gepresenteerd over het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen in deze gemeente”.

Dat gezegd hebbende, het “Uitvoeringsplan Landbouw 2025-2040” van diezelfde gemeente meldt dat “voor de productie van voedsel wordt gekozen.” Meer dan dat:

“In samenwerking met de provincie en de sector werken we toe naar een verbod [op gewasbeschermings-middelen], te beginnen bij met de kernrandzones en langs waterlopen en natuur- gebieden. …”

Ons aller Martin van den Berg heeft ook een presentatie gegeven. Die zal uw waarde blogger, in deze blogpost, op wetenschappelijke waarde schatten. In alle bescheidenheid natuurlijk.

Het Nederlandse slagveld: politiek, rechter en publieke opinie

Nederland is in de greep van wat ik maar even het pesticidendispuut zal noemen, hoewel ‘dispuut’ een welhaast te vriendelijk kwalificatie is. In de praktijk is het eenrichtingsverkeer: ‘alles’ moet strenger, ‘alles’ moet schoner, ‘alles’ moet minder (verdwijnen); liefst gisteren.

De Tweede Kamer heeft zich er flink mee bemoeid. Eind 2024 mocht uw waarde blogger als ’expert’ aanschuiven bij de vaste commissies voor Landbouw en Infrastructuur om iets zinnigs te zeggen over de vermeende gezondheidsrisico’s van gewasbeschermingsmiddelen.

De zorgen waren groot: neurodegeneratieve ziekten zoals Parkinson, ALS en Alzheimer die zouden ontstaan door blootstelling aan pesticiden. Bepaald serieuze aandoeningen.

Ondertussen was de rechterlijke macht al een stap verder. In mei 2024 verbood de rechtbank Limburg het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen in de lelieteelt op basis van het voorzorgbeginsel. Ik heb daar destijds het nodige over geschreven.

Mijn conclusie was ondubbelzinnig: de rechter had een immense blunder begaan. De vraag naar kennis en inzicht raakt op de achtergrond. En dat is precies het probleem. Enfin, laten we de lezing van waarde Van den Burg er maar gewoon bijpakken.

De lezing

Allereerst moet gezegd dat ik bij eerste lezing het verhaal van Van den Berg wel kan waarderen. De toon is rustig en hij legt eerst een paar fundamentele zaken uit aan zijn toehoorders. Zeker deze quote van René Truhaut (op slide 3) is de spijker op z’n kop (zie mijn Adviezen aan het Parlement):

“The problem with toxicology is not the practicing toxicologists, but chemists who can detect, precisely, toxicologically insignificant amounts of chemicals” Rene Truhaut, University of Paris (1909-1994)

Hij vervolgt zijn verhaal met enkele basale toxicologische thema’s die iedere eerste jaars op de universiteit te horen krijgt. Niets mis mee. Maar dan gaat de wissel om en komt de activist in hem naar boven.

Zijn verhaal wordt gaandeweg slordiger en de claims die hij maakt blijken onverdedigbaar.

Hij begint zijn activisme met de stelling “Geringe afname bestrijdingsmiddelen op afstand 150-250 meter van bespoten akkers” (slide 8) onder verwijzing naar het onderzoek van Figueiredo en mede-auteurs (2021; Onderzoek Bestrijdingsmiddelen en Omwonenden - OBO). Dit is het plaatje uit het artikel:

Maar: in dit onderzoek wordt helemaal geen blootstelling bij mensen aan pesticiden bepaald maar atmosferische concentraties. Dat weet waarde Van den Berg heel goed maar doet er het zwijgen toe.

Figueiredo en mede-auteurs constateren het voor de hand liggende feit dat bij pesticidengebruik op percelen atmosferische concentraties toenemen. En de afname van die atmosferische concentraties met afstand tot het bespoten perceel is op het oog traag.

Maar, wat ook blijkt is dat in de onderzochte huizen de pesticiden nauwelijks in de atmosfeer te vinden zijn. Dat staat nog los van de immense spreiding van meetwaarden die elke claim over concentraties en afstand nogal dubieus maken.

Het oog wordt namelijk bepaald door de blauwe lijn met de grijze band, de modeluitkomsten, maar dat zijn niet de metingen die alle kanten opgaan.

Als de metingen al reproduceerbaar zijn, liggen ze in de tienden/ honderdsten van nanogrammen per kubieke meter. Figueiredo en mede-auteurs hadden het onderzoek waarde kunnen geven door bloedonderzoek te koppelen aan hun studie. Dat is niet gebeurt.

Dan nog wat: meetbaarheid ≠ blootstelling ≠ giftigheid. Van den Berg zwijgt hierover in alle talen.

We gaan verder. Waarde Van den Berg grijpt, alweer, naar het artikel van Gunnarsson en Bodin “Occupational Exposures and Neurodegenerative Diseases—A Systematic Literature Review and Meta-Analyses”:

Ik heb nota bene in mijn Gewasbeschermingsmiddelen en volksgezondheid - Kritische reflecties uit 2025 het artikel van Gunnarsson en Bodin afzonderlijk gefileerd aan de hand van die studies in de ‘forest plot’ met de grootste gerapporteerde risico’s (met de paarse balkjes).

De studies van Bonvinici, Richardson, Gorell, Wastensson, Firestone en Wang bleken, na nauwkeurige bestudering waardeloos, ongeldig, omdat deze studies, geen een uitgezonderd, zich vergrijpen aan de epidemiologische drogreden, naast vele andere missers die ik waarde lezers zal besparen:

Men beweert in een studie dat oorzaak X – pesticide dosis als gevolg van gebruik ergens in de landbouw – leidt tot gevolg (ziekte) Y, maar X is nooit gemeten.

Nogmaals, alle details van de studies zijn te vinden in mijn Gewasbeschermingsmiddelen en volksgezondheid - Kritische reflecties waarin nog veel meer studies aan bod komen.

De rest van de lezing van Waarde van den Berg zijn exorbitante extrapolaties van hoofdzakelijk epidemiologische studies die het zout in de pap niet waard zijn.

Dat steeds meer “systematische reviews er op wijzen dat pesticiden schadelijke gevolgen hebben voor het zenuwstelsel van omwonenden en agrariers” (slide 13) is letterlijk nergens op gebaseerd, zeker niet op de studies die waarde Van den Berg bespreekt in zijn lezing.

De psychologie van de angst en voorzorg als politiek instrument

Waarde Van den Berg heeft wederom zonder weerwoord de toehoorders in het Land van Cuijk de stuipen op het lijf gejaagd. Een “evenwichtig en eerlijk verhaal” is in zijn bijdrage in geen velden of wegen te bekennen.

Hij grossiert in het nocebo effect: het ziek worden van een idee over iets naars.

Chemische stoffen zijn onzichtbaar en worden geassocieerd met industrie en winst in plaats van met natuur en gezondheid. De blootstelling is onvrijwillig — omwonenden van agrarische percelen hebben niet gekozen voor contact met gewasbeschermingsmiddelen.

En de media versterken het gevoel van dreiging door iedere studie die een ‘verband’ pretendeert te vinden als definitief bewijs te presenteren.

Dit is de voedingsbodem waarop het voorzorgbeginsel gedijt als politiek en juridisch instrument. Het principe klinkt redelijk — bij twijfel, niet doen — maar wordt in de praktijk gebruikt om evenwichtige wetenschappelijke risicobeoordeling buitenspel te zetten.

In de Limburgse lelieteeltzaak werd het voorzorgbeginsel ingezet om het gebruik van middelen te verbieden die het toelatingsproces hadden doorlopen. Toch oordeelde de rechter dat het voorzorgbeginsel zwaarder woog dan het toelatingsregime. Dat is de wereld op zijn kop.

Het voorzorgbeginsel is verworden tot wat ik in mijn essay Gewasbeschermingsmiddelen en voorzorgmagie in de rechtszaal (2025) heb beschreven als puur juridisch populisme: een instrument dat een lege huls is maar wél de macht heeft om economische sectoren, om niet, te te ontwrichten.

Gewoon, omdat we bang worden gemaakt.

Wat we missen: de kosten van niet-beschermen

Er is nog een aspect dat in het Nederlandse debat stelselmatig wordt genegeerd: de kosten van het niet beschermen van gewassen.

Zonder effectieve gewasbescherming dalen teeltopbrengsten. Dat is geen hypothese maar een agrarische wetmatigheid. Lagere opbrengsten betekenen hogere voedselprijzen. En — hier wordt het echt ironisch — zonder pesticiden nemen juist de natuurlijke toxinen in ons voedsel toe.

Mycotoxinen, geproduceerd door schimmels die op onbeschermde gewassen gedijen, behoren tot de gevaarlijkste stoffen in ons voedselsysteem. Aflatoxine B1, een mycotoxine, is een van de krachtigste kankerverwekkende stoffen die we kennen.

Zoals ik in mijn blogpost over de toxicologie van ‘puur natuur’ heb betoogd: de wereld is niet groen en knuffelig. Dat is bambi-ecologie, oftewel de Disneyficatie van de werkelijkheid. Een eerlijke risicoafweging moet ook de risico’s van het alternatief meewegen.

En dat alternatief — een wereld zonder effectieve gewasbescherming — is bepaald niet zonder gevaren. Integendeel. Onze voorouders hebben dat aan den lijve ervaren.

De dosis maakt het beleid

Nederland beschikt over een robuust toelatingsbeleid voor gewasbeschermingsmiddelen, ingebed in het Europese systeem, dat gebaseerd is op decennia toxicologische wetenschap. Dat systeem is niet perfect, maar het is aanzienlijk beter dan de alternatieve beoordelingsmethode die momenteel opgang maakt: angst.

Wie de dosis negeert, maakt van elke stof een gif. En wie van elke stof een gif maakt, maakt van elk beleid een immense gok.

Het echte gevaar is niet de pesticideblootstelling van burgers — die ligt ver onder de niveaus waarbij effecten optreden. Het echte gevaar is het verdringen van kennis van de werkelijkheid door emotie, juridisch en wetenschappelijk activisme en blinde politieke reflexen.