Inleiding

Het is wat. Na veel denk, lees en schrijfwerk is ‘mijn’ boek klaar. Ik ben er blij mee. Echt. Een verzoek en een belofte ingelost. Een soort van hertelling van mijn dissertatie uit 2015. Ik heb veel geleerd de afgelopen 10 jaar.

In mijn blogpost Het Onzichtbare Zichtbaar Maken - Terug- en Vooruitblik heb ik iets gezegd over de rode draad van mijn boek (die ik als volgt heb geformuleerd):

“Ik zal betogen dat wij binnen het moderne crisisdenken speelbal geworden zijn van het intellectuele strijdtoneel van de twee eerdergenoemde wereldbeelden: onze wereld wél of niet omgeven door de onzienbare wereld van God.

Ik zal dit strijdtoneel uiteindelijk analyseren aan de hand van vraag wat het is om mens te zijn. Zijn wij niets anders dan meetbare materie of zijn wij veel meer dan dat? Ons verstaan van oneindigheid is een eerste stap in, ten minste, het afwijzen van het moderne gemodelleerde crisisdenken.”

Het mag duidelijk zijn voor mijn waarde lezers waarom ik een maand geen blogposts heb geproduceerd. Een boek afronden is een enorme kluif. Ongetwijfeld zijn er nog de nodige correcties …! Alvast een kleine teaser.

Een stukje boek - de mens is (veel) meer dan materie

Een klein extract van het laatste hoofdstuk van mijn boek. Dat hoofdstuk gaat over ons, mensen. Leest u even mee en wie weet smaakt dit stukje tekst naar meer. (Of niet.)

“Vertrouwd met de werkelijkheid. Het wordt tijd om dit boek af te ronden. Er is veel de revue gepasseerd: wetenschap, sciëntisme, Utopia, doemdenken en afgoderij.

De vraag die als laatste beantwoording behoeft is deze: kúnnen we werkelijk vertrouwd zijn met de werkelijkheid waarin we leven áls we star omlijnde kaders krijgen opgelegd over kennis – sciëntisme – en de (toekomstige) samenleving – dystopia/Utopia - beiden ruimhartig gelardeerd met doemdenken?

Mijn antwoord op deze vraag is een ondubbelzinnig neen.

De vraag is dán hoe we los kunnen komen van deze allesoverheersende en destructieve vormen van afgoderij? De meest effectieve manier om dat voor elkaar te krijgen begint bij de ontmanteling én afwijzing van de minimalistische (nihilistische) antropologie die ons in de greep houdt.

De idee dat de mens in zijn volledigheid kan worden beschreven en begrepen als niet anders én meer dan materie moet ondubbelzinnig worden afgewezen. Ik zal laten zien dat de mens principieel transcendent - geestelijk - is.

Dat kan ook niet anders gezien ons vertrouwd-zijn met de werkelijkheid.

Daarmee heb ik meteen mijn kaarten op tafel gelegd, hoewel God hierin niet een-twee-drie aan bod zal (kunnen) komen. We moeten ook hier beginnen bij het begin.

Robert Lawrence Kuhn, in zijn prachtige artikel A landscape of consciousness, citeert filosoof Patricia Churchland die een accuraat resumé geeft van de nihilistische antropologie voornamelijk gepusht door de academische intelligentsia (mijn vertaling):

“Hoe krijg je gedachten uit een stuk vlees. Dat is de grootste vraag.”

Of dit een goede vraag is, moeten we nog maar zien. Maar, het feit dat wij ware beweringen kunnen vaststellen over de werkelijkheid - de zon schijnt vandaag; er zijn geen wolken te bekennen (Zoetermeer, 2 april 2025) - maakt Churchland’s “van vlees naar gedachten”-monisme verdacht.

Met monisme bedoel ik dat voor Churchland (en velen met haar) alleen materie onderwerp van onderzoek kan zijn en verder niets. Erwin Schrödinger merkt in dit kader op in zijn boek What is Life? With Mind and Matter and Autobiographical Sketches (mijn vertaling; met nadruk):

“We worden dus geconfronteerd met de volgende zonderlinge situatie. Terwijl het materiaal waaruit de wereld is opgebouwd blootgelegd wordt door de zintuigen als organen van de geest, zodat ieders wereldbeeld een construct is van diezelfde menselijke geest, heeft het zelf geen ander bestaan dan binnen datzelfde wereldbeeld terwijl het een vreemdeling is; het heeft geen bestaanssfeer en je kunt de menselijke geest nergens zien. We realiseren ons dit feit meestal niet, omdat we ervan uitgaan dat de persoonlijkheid van een mens … gelokaliseerd is in het inwendige van zijn lichaam. Te realiseren dat de menselijke geest dáár echt niet te vinden is, is zo verbazingwekkend dat het op twijfel en aarzeling stuit; onze afkeer om dat toe te geven is immens. …”

“Een immense afkeer”; Schrödinger slaat de spijker op de kop. Die afkeer zit niet in het zogenaamd onbegrijpelijke van de menselijke geest maar is het resultaat van de a priori uitsluiting van die geest die niet ‘thuishoort’ in de categorie materie/energie.

De mens heeft intrinsiek en aantoonbaar niet-materiele kenmerken die heenwijzen naar een wereld oneindig veel groter dan wij rechtsreeks kunnen waarnemen.

Diegenen die lobbyen voor het sciëntistische/utopische mensbeeld kunnen bijgevolg niets anders dan via een brute en holle wilsbeslissing de mens ontdoen van alle geestelijke vermogens waarmee wij als mensen zijn begiftigd en waarmee wij vertrouwd zijn met de werkelijkheid.

De sprong van de materiële mens (terug) naar de transcendente mens, de mens zoals die geschapen is, kan wellicht het best worden uitgelegd aan de hand van het werk van een persoon van (zeer) groot formaat.

Een WOII-verzetsheld, biochemicus, Nobelprijswinnaar (1965) en vriend van Albert Camus: Jacques Monod.

Een persoon van politiek, filosofisch en wetenschappelijk statuur. Hij is radicaal en vastberaden in zijn naturalistische, atheïstische positie en staat model voor velen die wetenschappelijk en filosofisch na hem komen.

Zijn boek Chance and Necessity – An Essay on the Natural Philosophy of Modern Biology biedt als niets anders inzicht in de doodlopende weg van het sciëntisme én de begaanbare weg waarop we God zullen tegenkomen. …”

Tot zover. Voor de rest - wat hieraan voorafgaat en wat er op volgt - moet u, waarde lezers, nog even wachten. Redactie, opmaak en afronding kost tijd. Ik houdt u op de hoogte.