Ziedaar, het volgende stikstofrapport dient zich aan. Uit Leiden. Medegefinancierd door ons aller ‘Ministerie van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij’.

(Het staat er echt: ‘Visserij’. Moet natuurlijk ‘Voedselkwaliteit’ zijn. Wat kan het schelen. Wie leest dit soort rapporten überhaupt nog in detail? De vaderlandse pers in ieder geval niet. Maar dit terzijde, we gaan verder.)

Ben benieuwd voor hoeveel belastinggeld onderstaand rapport is ‘gekocht’ (zie mijn Peer-reviewed de wereld rond óf de trivialisering van wetenschap?). Ik verneem het graag van de auteurs. Hoe dat ook zij, waarde lezers:

Naar een ontspannen Nederland. Hoe het oplossen van de stikstofproblematiek via een ruimtelijke benadering een hefboom kan zijn voor het aanpakken van andere grote opgaven en zo een nieuw perspectief kan opleveren voor het landelijk gebied.

Wat een geweldige titel! Lang ook. Vraag is natuurlijk, wat kunnen we ermee? Of: kunnen we er wat mee?

Antwoord: dat wordt pas duidelijk als we de uitgangspunten van het rapport bij de kop pakken. En dat zijn, geheel langs de lijn der verwachtingen: kritische depositiewaarden (KDW) voor habitats én het altijd weer bruikbare AERIUS-model voor depositieberekeningen.

Saai!

Tweede belangrijke vraag: wat is niet meegenomen in de Leidse analyse? Daar kom ik op terug aan het einde van deze blogpost.

Laat ik beginnen met het rekenwerk. In mijn blogpost AERIUS - de Feniks onder de rekeninstrumenten heb ik de zin, maar vooral de onzin, van het rekenen aan stikstofmolletjes -dat zijn aantallen moleculen/atomen zoals een dozijn of een gros maar dan heel heel veel groter- de revue laten passeren.

Iets dat nog steeds gebeurt, ook hier, is het ‘foutloos’ vóórrekenen hoeveel mol stikstof kan worden gereduceerd door dit of dat bedrijf op te doeken.

Dat die foutloze onzin steeds maar weer wordt gedebiteerd, notabene door academici die beter moeten weten, zeker sinds het adviescollege Meten en berekenen stikstof, is onvergeeflijk.

De onzekerheden zijn immens in dit soort getallenexercities. Maar iedereen, inclusief de opstellers van dit laatste werk, doen er het zwijgen toe.

Onzekerheden aanmerken bij wetenschappelijk werk is zóo old-school.

Trouwens, onzekerheden worden wel degelijk benoemd, maar in een geheel andere context dan de wetenschappelijke. Ik noem een voorbeeld (p. 132):

“Stop met langs het randje van het internationale en EU-recht te lopen, want dit leidt veelal alleen tot uitstel, hogere kosten en lange tijd van schijnzekerheid (en dus onzekerheid).”

In het licht van het feit dat in dit rapport een evident schijnzekere wereld van mollen en kilogrammen stikstof wordt gedebiteerd, nogmaals, alsof modelberekeningen en metingen foutloos kunnen worden uitgevoerd en gerapporteerd, is de ironie van deze quote werkelijk stuitend.

De pot verwijt de ketel ….

Datgene wat de auteurs van het rapport weigeren te bieden - een helder inzicht in de forse wetenschappelijke onzekerheden van hun rekenwerk - wordt op een ander vlak, bestuurlijk-juridisch bijvoorbeeld, juist geëist.

[De hang naar andermans zuiverheid](De hang naar andermans zuiverheid) zit diep geworteld in ons allemaal.

Daarnaast: is dit een dreigement? Aan wiens adres is dit gericht? Of: is dit een oproep aan ’s lands bestuurlijke top de agrarische sector in delen van Nederland op te doeken, want, anders …?

Wat een treurigheid!

De KDW zijn een verhaal op zich; daar heb ik al een aantal blogposts aan gewijd. Voor de doorploegers is er deze: Kritische Depositie Waarden - sciëntistische maatschappelijke ondermijning.

Voor een juridische benadering met bijbehorende onzekerheden zie deze blogpost: Gerechtelijke dwalingen in het onzekere stikstof landschap.

En laat ik niet vergeten dat collega Briggs en ondergetekende een eerste analyse hebben gepubliceerd over onzekerheden in KDW: Outlining A New Method To Quantify Uncertainty In Nitrogen Critical Loads.

Daarnaast: er is een studie op komst van onze hand die diep graaft in één van de hoofdstukken uit de 2011-studie Review and revision of empirical critical loads and dose-response relationships.

Ik verklap nog niets.

Wat wel duidelijk is, is dat onzekerheden in KDW nog niet besteed zijn aan de schrijvers van Naar een ontspannen Nederland.

Mensmoedig exerceert men schijnbaar “heel precies” (p. 4) naar uitkomsten die gebruikmaken van ‘precies’ gedefinieerde KDW.

In hoeverre het ‘behalen van KDW’ daadwerkelijk zal leiden tot een ‘ontspannen Nederland’ met meer biodiversiteit laat zich raden. Het zijn niet meer dan kostbare papieren tijgers.

Want eenmaal op pad in Nederland, blijkt dat sommige ‘gewenste natuur’ vooral heel veel kost maar niet verder dan de tekentafel komt. Zoals collega Rotgers ontdekte en wat dus ontbreekt in het Leidse werk:

“Tot slot onze natuurcheck in het Wierdense veld in Overijssel, waar transparantie een ding is. Voor behoud en herstel van het hoogveen in dit natuurgebied is zo’n 40 miljoen euro nodig. Voor dit geld moeten onder meer boerderijen in de omgeving worden uitgekocht. Op de officiële natuurkaart staat een stukje actief hoogveen ingetekend van exact 108 vierkante meter, zo’n 10 bij 10 meter dus. Ondanks de ronkende teksten over het actieve hoogveen op de website van Overijssels Landschap vroeg ik mij af of dit hoogveen echt bestaat. Ik nam contact op met de natuurorganisatie, die daarna wekenlang alles probeerde om publicatie over het actieve hoogveen te verhinderen. Tegen het gebiedsverbod in ben ik uiteindelijk met twee zeer ervaren ecologen tóch het gebied ingegaan. Wat troffen wij aan op de bewuste plek? In ieder geval niet datgene waarmee geadverteerd wordt door natuurorganisatie en overheid. Wat wij zagen was wensnatuur, geen 108 vierkante meter actief hoogveen.”

We hebben onderhand wel genoeg van stikstofrapporten die steeds hetzelfde verkopen. In 20ste eeuws jargon heet dit ook wel propaganda: steeds hetzelfde herhalen totdat iedereen gelooft dat het werkelijk zo is, los van het feit of het werkelijk zo is.

De woordgrappen liggen dan ook voor het oprapen: ‘de auteurs van Naar een ontspannen Nederland waren zó ontspannen dat een blik uit het raam hen al teveel was.’ Of zoiets …

Vandaar dat ik een comic van Berkely Breathed - uit Outland (1994) - boven deze blog heb geplaatst. Onderzoekers staren zich blind op modellen geprojecteerd op hun beeldschermen. Gevolg? Een ‘brein-vacuüm’.

Daar lijdt het stikstofdossier al jaren aan: een intellectueel vacuüm. Om dat vacuüm te handhaven, wordt er steeds meer gevraagd van de samenleving met steeds maar weer hetzelfde beloofde vergezicht van een ‘beter Nederland’.

Maar zoals iedereen weet: in een vacuüm kan niets leven, net zo min als in een “ontspannen Nederland”. Hopelijk begint dát zo langzaamaan te dagen. Zoals Roger Daltrey gepassioneerd zingt:

“We are amazed but not amused

At all the things you say that you’ll do

Though much concerned but not involved

With decisions that are made by you

….”