Stikstof en de vijandschap tussen bestuur en burger

Nieuwe stikstofplannen van het demissionaire kabinet liggen op straat. Soort van. Resultaat onder aan de streep: onteigenen, want de natuur is in gevaar. De NRC zegt er op 5 september jl. dit over:

“De ministeries van Financiën en Landbouw hebben vergevorderde plannen om honderden boeren uit te kopen en indien nodig te onteigenen, om zo de stikstofuitstoot in Nederland snel terug te brengen. Dit blijkt uit stukken die zijn ingezien door NRC. De kosten van deze operatie kunnen oplopen tot 17 miljard euro. De plannen wijzen op een rigoureus andere aanpak, waarbij dwang niet langer taboe is.”

Aha. Hier zien we een glimp van de toekomst die burgers van Nederland en Europa te wachten staat. Als het oog van de politiek en het bestuur valt op een economische sector ‘die niet bevalt’, om wat voor reden dan ook, dan kan men besluiten tot het schrappen van het levensonderhoud van betreffende burgers, inclusief onteigenen van bijbehorend bezit.

Wacht even, de burgers van wie het levensonderhoud en het bezit onder dwang wordt ontnomen krijgen ‘natuurlijk’ ruimhartige compensatie van onze landelijke overheid. Er wordt in dit specifieke geval zelfs gesproken van maximaal 17 miljard euro.

Met dit geschetste onteigeningstraject doemen echter hele grote problemen op die op de lange duur diepe sporen zullen trekken in de samenleving. Een bloemlezing:

  1. Bedragen zoals genoemd in dit specifieke geval moeten ergens vandaan komen. Alle burgers in Nederland zullen in de buidel moeten tasten. Meer onteigenen, hogere belastingen. Het is in wezen niets anders dan de bekende sigaar uit eigen doos.
  2. Als dit plan daadwerkelijk wordt uitgevoerd, zullen meerdere sectoren ‘gesnoeid gaan worden’ die niet ‘duurzaam’, ‘inclusief’, ‘groen’, ‘divers’, klimaatneutraal of welk ander fantasiewoord dan ook, zijn. Er is door bestuur en politiek namelijk een glijdende schaal geïntroduceerd zonder dat daarvan het einde in zicht is.
  3. Cui bono? Wie profiteert van een dergelijk plan? Een paar ideeën. Overheden die grond in handen krijgen onder andere voor de duurzame energiedoelstellingen waar niemand om vraagt. De energiemaatschappijen; plannen voor zonnepanelenparken op ex-landbouwgrond zijn in de maak. Natuurorganisatie NGOs in samenwerking met energiemaatschappijen. Zoveel is wel duidelijk: uiteindelijk komt meer grond, tegen lagere tarieven, in handen van Niet-Gekozen Organisaties.
  4. Dit plan maakt dat vijandschap tussen burger en bestuur/politiek verder zal toenemen. Het leidt tot maatschappelijk ontwrichting omdat niet duidelijk is waar het begin en het einde is van een dergelijk onteigeningsperspectief.
  5. Overheidsafhankelijkheid wordt met een dergelijk onteigeningsplan vergroot voor in wezen alle burgers. Dat belooft heel weinig goeds. Sla het rapport Ongekend onrecht van de Parlementaire ondervragingscommissie Kinderopvangtoeslag er maar op na.

Maar wacht even, bloggertje, je draaft door, want EXPERTS en WETENSCHAP en DERGELIJKE! Inderdaad. Politiek en bestuur durven geen stap te zetten zonder EXPERTS en WETENSCHAP. Ziedaar, ons aller PBL komt met rapport-4694: Quickscan van twee beleidspakketten voor het vervolg van de structurele aanpak stikstof.

Helaas. Het hele PBL-stuk heeft niets met wetenschap te maken, want zoals het bekende gezegde gaat: afval in - afval uit. En dat blijkt al heel snel uit de volgende voetnoot 3 te vinden op pagina 10 (nadruk toegevoegd):

Het rendement is gedefinieerd als de procentuele toename van het areaal waarop de stikstofdepositie onder kritische depositiewaarde (KDW) ligt ten opzichte van een referentie. De referentie is een berekening waarin de emissiereductie uniform over Nederland verdeeld is. Als bij de referentie 50 procent van het areaal onder de KDW ligt, dan ligt bij een berekening met een rendement van 113 procent 56,5 procent onder de KDW.”

De auteurs van bovengenoemde PBL-rapport gebruiken de KDW voor de zoveelste keer als ‘wondergetallen’ om ‘rendement vast te stellen’. Deze treurigheid wordt als volgt beschreven (p. 7; nadruk toegevoegd):

“Het hoofddoel van het pakket is, in lijn met de Wet stikstofreductie en natuurverbetering (Wsn1), om de stikstofneerslag (of stikstofdepositie) in 2030 op 50 procent van het areaal stikstofgevoelige natuur onder de zogenoemde kritische depositiewaarden (KDW’s) te brengen; in 2035 moet het areaal dat onder de kritische depositiewaarden ligt 74 procent zijn. Stikstofdepositie die onder de KDW blijft, levert geen risico op voor de natuurkwaliteit.”

Niet verrassend viert ook bij het PBL fideïsme hoogtij. Sterker, het is pure magie wat hier wordt bedreven. Wees gerust waarde lezers: deze term heeft een precieze definitie. De beroemde filosoof Hilary Putman, in zijn boek Renewing Philosophy, omschrijft magie op pagina 44 van zijn werk als “intrinsiek onbegrijpelijk en incoherent”.

Magie verklaart dus letterlijk … niets, zoals Putman uitlegt. Dat is precies datgene wat de KDW hier ook doen: niets. Ze worden gebruikt als plaatsvervanger voor natuurkwaliteit, en dat is zo’n vage term dat KDW vanzelf verworden tot magie.

Collega Rotgers heeft laten zien dat grote uitgaven op provinciaal niveau, die in het niet vallen bij de bovengenoemde landelijke uitgaven, tot niets zullen leiden. De betreffende case-studie gaat over het Wierdense Veld (nadruk toegevoegd):

“… Dat het maatregelenpakket gaat leiden tot het gewenste hoogveenherstel, blijkt onvoldoende uit de rapporten. En eveneens uit het terreinbezoek. Er werd geen 108 m2 actief hoogveen aangetroffen op de plek waar het staat ingetekend. Verder lijkt hoogveenontwikkeling in veruit het grootste deel van het gebied niet reëel.

Maatschappelijke uitgaven van deze omvang (zo’n 40 miljoen euro) zijn te rechtvaardigen als op voorhand vaststaat dat het beoogde doel (hoogveenherstel) zal worden bereikt. Dat is hier niet het geval.

Niet voor niets dat Rotgers aandringt op een maatschappelijke kosten-baten analyse vóórdat er dergelijke grote uitgaven voor letterlijk een paar vierkante meter worden gedaan.

Deze goed uitgewerkte case-studie belooft dus niet veel goeds voor de veel grotere plannen van de landelijke overheid. Integendeel.

Nogmaals, waarschijnlijk ad nauseam, roep ik de motie Geurts en Harbers in herinnering. Wanneer wordt deze motie structureel toegepast bij dergelijke natuurbeleidsuitgaven?

Mijn analyse is dat het politiek en bestuur hier willens en wetens met maatschappelijk vuur spelen. Alleen al landbouwgrond afhandig maken van eigenaren om vervolgens diezelfde grond met, geschat, 50% af te waarderen (PBL rapport-4694, p. 9; zie punt 3 hierboven) staat garant voor veel kwaad bloed.

Ook het ontbreken van enige serieuze wetenschappelijke en economische analyse maakt dat dit beleidstraject ruimte zal bieden aan heel veel meer onteigeningstrajecten van niet-agrarische aard. Zie punt 2 hierboven.

We moeten hopen en bidden dat het Nederlandse kabinet en parlement tot zinnen komt!


© 2019. All rights reserved.