Wetenschappelijke feiten: een open brief aan minister Dijkgraaf

Excellentie, waarde prof. Dijkgraaf, collega,

Ik heb met belangstelling kennis genomen van uw lezing ‘Wanneer kennis kritiek wordt’ waarin u een pleidooi houdt voor de wetenschap en haar rol in de samenleving.

Daarnaast is het uw bedoeling dat er een nationaal centrum voor wetenschapscommunicatie komt, zoals op de website van de Rijksoverheid staat te lezen:

“Dit nieuwe centrum gaat expertise verzamelen en delen, om zo wetenschapscommunicatie doeltreffender te maken. Voor het centrum, dat samen met wetenschappers moet worden ingericht, stelt minister Dijkgraaf de komende tien jaar in totaal ruim € 10 miljoen beschikbaar.”

Gek genoeg, en ik zeg dit als academicus, stelt mij dit alles verre van gerust. En dan druk ik mij nog diplomatiek uit.

Daarbij komt dat uw tekst op cruciale punten de broodnodige precisie mist waardoor u eerder verwarring zaait dan verheldering schept.

Laat ik één en ander illustreren aan de hand van enkele van uw uitspraken gedaan in uw lezing, zoals bijvoorbeeld deze (met nadruk):

“Dankzij die vaccins werd het virus voor velen niet langer levensbedreigend. Het collectieve gezondheidsrisico voor onze samenleving nam zienderogen af. Er was een weg uit de crisis.

De grote meerderheid was opgelucht. De les leek even simpel als helder: de wetenschap werkt.

Maar wat bleek…

Er stond ook een kleine minderheid op die anders aankeek tegen dezelfde werkelijkheid. Feiten werden in twijfel getrokken. De brengers van die feiten bedreigd. Het vaccin bestempeld als onbetrouwbaar, een vergif, onderdeel van een wereldwijd complot.”

Feiten. Wat bedoelt u precies met deze term, die u veertien keer noemt in uw verhaal? Uw analyse is in hoge mate afhankelijk van uw definitie.

De term ‘feit’ kent twee definities en de verschillen tussen beiden is van groot belang om uw verhaal te verstaan:

  • Feit (1): een vaststaande stand van zaken;
  • Feit (2): een stand van zaken die gekend is via sluitende bewijsvoering dan wel solide argumenten.

Voorbeeld: het is een feit (1) dat de planeet Neptunus deel uitmaakt van ons zonnestelsel. Dat werd pas een feit (2) vanaf de ontdekking van deze planeet in 1846.

Hiermee zijn we er nog niet.

Om de zaak op scherp te stellen moet ik ook de term ‘mening’ definiëren, en ook deze term kan op tweeërlei manieren worden begrepen:

  • Mening (1): een stand van zaken die geheel wordt bepaald door de voorkeur van individuen (smaak) waardoor er geen feitelijke claims aan verbonden zijn;
  • Mening (2): een stand van zaken die (nog) niet gekend is via sluitende bewijsvoering dan wel solide argumenten en kan alleen onder voorbehoud worden geaccepteerd.

Nu terug naar uw tekst. Wat u over het hoofd ziet is dat het wel degelijk zo kan zijn dat sommigen, terecht, van mening (2) zijn dat het mRNA vaccin tegen SARS-CoV-2 te risicovol én te weinig effectief is.

Daarmee wordt dus geen mening van de 1ste soort gegeven maar een nog niet opgeloste feitenkwestie van de 2de categorie gesteld.

Er bestaat dus overlap tussen meningen en feiten; iets wat u ten onrechte over het hoofd ziet en onbenoemd laat!

Als personen twijfelen aan door wetenschappers gepresenteerde feiten, dan verwijt u hen, in uw woorden, “nepnieuws en fake science en alternatieve feiten”.

Anders gezegd: u verwijt hen in dit geval meningen van de 1ste categorie. Dat is simplistische kletspraat naast het feit dat u een valse tegenstelling poneert.

Een ander voorbeeld waarin u onduidelijkheden laat bestaan is te vinden in de volgende tekst uit uw lezing (met nadruk):

“Tolstoj schreef in Anna Karenina dat gelukkige families allemaal op elkaar lijken, maar ongelukkige families ieder op hun eigen manier ongelukkig zijn.

Vergelijk dit met de wetenschap.

Het is de meest beproefde weg naar de waarheid. En dat is eigenlijk de enige en allerbeste reden om haar boodschap te accepteren.

Maar er zijn vele verschillende redenen om de wetenschap en haar boodschappers te betwijfelen of af te wijzen: onbegrip, onzekerheid, desinformatie, politieke ideologie, culturele barrières, of slechte ervaringen in het verleden.”

Wat bedoelt u hier eigenlijk met “waarheid”? En: is de wetenschap eigenlijk wel de “meest beproefde weg naar de waarheid”?

Het antwoord op de tweede vraag is een oorverdovend NEEN. Wetenschap is één route om iets te weten te komen over de werkelijkheid, niet de enige of zelfs maar de beste of belangrijkste.

Vrijwel de meeste kennis is namelijk alledaagse observationele - directe - kennis. Een aantal voorbeelden zijn:

  • ik zie dat het regent;
  • daar stijgt een vliegtuig op;
  • de televisie staat aan;
  • ik heb spierpijn in mijn kuiten;
  • daar loopt de buurman naar de vuilnisbak;
  • het theeglas ligt aan scherven op de keukenvloer;
  • enzovoort, enzovoort.

Deze directe vorm van (onbetwistbare) kennis is beslist geen wetenschappelijke kennis, maar ligt wel per definitie aan de basis van al het wetenschappelijk kennen.

Mikael Stenmark legt dit haarfijn uit in zijn Scientism - Science, Ethics and Religion, een boek dat ik u van harte aanbeveel (p. 26-27; met nadruk):

“… Right now I see a person passing by outside my window. My knowledge of this would be an example of direct knowledge. Suppose instead that I see footprints in the snow outside my window. My knowledge that a person has passed by my window would … be an example of indirect knowledge. My knowledge in the second case is indirect because it is inferred from other beliefs I have (… ‘I see footprints’). … the assumption that a person has passed by my window provides the best explanation of the observed data, that is, of the footprints. In the first case, however, I simply see a person passing by. I neither see something else … from which I infer this person nor offer a best explanation.scientific knowledge is characteristically a species of indirect knowledge.

Hence observational knowledge is not scientific knowledge. Observational beliefs and knowledge are rather things that science typically takes for granted. Science starts from these things. Consequently, if scientific knowledge is the only sort of knowledge we can have, then science itself seems to be based on blind faith or superstition!

Bovendien: de meeste wetenschappelijke kennis die we hebben is sterk afhankelijk van gekozen invalshoeken.

Kortom: experimenten en analyses van data zijn mensenwerk met alle bijbehorende voorkeuren en gegeven mogelijkheden, waarvan geld een hele belangrijke is.

Resultaat: wetenschappelijke kennis is in de meeste gevallen van (zeer) tijdelijke aard en is immer voor verbetering vatbaar.

Anders gezegd: de feiten waar u zo op hamert zijn altijd voorwaardelijk waar, dus voor zover onze kennis en begrip reiken.

De verwarring die u oproept ligt in het feit dat wetenschap van het empirische (proefondervindelijke) soort dus nooit noodzakelijke, eeuwige, waarheden oplevert, zoals dat het geval is in de wiskunde.

U negeert, onterecht, dit fundamentele voorbehoud!

Preciezer: uw tekst als geheel neigt naar de omarming van het sciëntisme, waarvan ik van harte hoop dat u dat afwijst als een onhoudbare en buitenwetenschappelijke ideologie!

Evenwel, uw opmerking dat “feiten die niet liegen. Die zoveel meer zijn dan een mening. En die uiteindelijk het laatste woord moeten hebben” ís sciëntistische wartaal, en heeft niets met wetenschap te maken!

Waarheid is veel groter dan datgene wat wetenschap kan blootleggen. Onze directe kennis van de werkelijkheid is daar een alledaags voorbeeld van.

Ik sluit af met een paragraaf uit uw tekst die mijns inziens weinig goeds voorspelt ten aanzien van uw wens een nationaal centrum voor wetenschapscommunicatie op te zetten:

“De volgende crises staan immers al opgelijnd: klimaat, stikstof, digitale veiligheid. Ik moet er niet aan denken dat de tegenkrachten van nepnieuws en fake science en alternatieve feiten deze grote opdrachten gaan frustreren. Want we zullen daarvoor de volle breedte van de wetenschap nodig hebben. En de persoonlijke inzet en onverschrokkenheid van onze beste wetenschappers.”

Gezien uw openingszin van deze paragraaf bent u allerminst bereid de “volle breedte van de wetenschap” in te zetten.

Het feit dat uw de term “crises” gebruikt geeft nu juist aan dat wetenschappelijke kennis wat u betreft onbespreekbaar vast staat in relatie tot de drie thema’s die u bij name noemt.

(U begaat dus een categoriefout door noodzakelijkheid te verwarren, dan wel gelijk te stellen, met contingentie die eigen is aan alle empirische wetenschap.)

Mijn eigen werk, met collega’s, naar de rol van stikstof in habitats laat echter zien dat het stikstofonderzoek dat de laatste 30 jaar is gepubliceerd, grosso modo, gebrekkig en selectief is.

Dat wordt onder andere uit de doeken gedaan in mijn blogpost KDW - weg er mee?! waarin ik verwijs naar Nitrogen Critical Loads: Critical Reflections on Past Experiments, Ecological Endpoints, and Uncertainties.

Laat ik afsluiten met een oproep van vele eeuwen geleden, herhaald door Jacob Bronowski in een beroemd onderdeel van zijn documentaire The Ascent of Man (met nadruk):

“Science is a very human form of knowledge. We are always at the brink of the known; we always feel forward for what is to be hoped. Every judgement in science stands on the edge of error and is personal. Science is a tribute to what we can know, although we are fallible. In the end, the words were said by Oliver Cromwell: ‘I beseech you in the bowels of Christ, think it possible you may be mistaken’ .

… We have to cure ourselves of the itch for absolute knowledge and power. We have to close the distance between the push-button order and the human act. We have to touch people.’’

Deze oproep van Bronowski wil ik u van harte meegeven! Ik wens u alle wijsheid toe in uw werk als minister van OCW.

Met de meeste hoogachting

Jaap C. Hanekamp


© 2022. All rights reserved.