Ecologische partijdigheid of KDW als gevaar voor de samenleving

De blogpost Hoe ecologen een coup plegen op de samenleving ontlokte enkele pittige reacties via, onder andere, LinkedIn.

Eén reactie aldaar viel mij op. Daar gaan we het in deze blogpost over hebben omdat het een kwestie blootlegt die betrekking heeft op mijn vlammende kritiek op kritische depositiewaarden:

“De science-policy interface is mijn niche al meer dan 40 jaar. Wat ook de mening is, “Dit feit alleen al verplicht de auteurs tot een brede sociaal-maatschappelijke en economische kosten-baten afweging.” is nooit het domein van deze wetenschappers. Risk management en cost-benefit analyse is het domein van het beleid.”

Fundamenteel gaat het dus over de vraag of ecologen ‘hun’ KDW wel behoren te toetsen aan een brede maatschappelijke kosten-baten analyse?

Waarde opponent van bovenstaand citaat meent uitdrukkelijk van niet. Wetenschap hoort onafhankelijk van beleid, dat per definitie politiek en ideologie gedreven is, te opereren.

Dit impliceert meteen, aldus waarde opponent, dat wereldbeelden van welke aard dan ook niet thuis horen in het wetenschappelijk bedrijf.

Mijn antwoord staat daar diametraal tegenover: wetenschap opereert nooit los van de wereldbeelden van onderzoekers. De daaruit voortvloeiende partijdigheid is eveneens onontkoombaar.

Mijn conclusie: de ecologen die verantwoordelijk zijn voor KDW zijn ook verantwoordelijk voor de sociaal-maatschappelijke en economische gevolgen van de KDW-implementatie.

Zij plegen daadwerkelijk een kostbare en zeer schadelijke anti-democratische coup op de samenleving, gefaciliteerd door de politiek, de rechtelijke macht én AERIUS/OPS dat nog steeds de scepter zwaait.

Met het in de lucht houden van AERIUS/OPS is het RIVM, als grootgebruiker van die KDW, expliciet een science-denier. Dat is een feitelijke kwalificering; geen invectief!


We moeten het dus hebben over wetenschap en de rol van wereldbeelden daarop. Immers, de onderzoekers die verantwoordelijk zijn voor de totstandkoming van KDW behoren (meestal) tot de academia.

Nu kan ik eerst het fenomeen wetenschap zelf definiëren, maar dat heb ik samen met collega Ronald Meester al gedaan in een essay die binnenkort, hopelijk, zal verschijnen.

Het is hier specifiek van belang om te begrijpen hoe wetenschap werkt in relatie tot wereldbeelden, dat wil zeggen op welke manieren wetenschappers de wereld als geheel zien via bijvoorbeeld de lens van politieke-, geloofs- en andere overtuigingen.

Preciezer: partijdigheid die wordt geïnformeerd door onze wereldbeelden is een onvermijdelijk fenomeen dat ons bestaan vormgeeft. Wetenschappers ontkomen daar niet aan, en dat hoeft ook niet!

Het wórdt pas een (groot) probleem als we net doen alsof die partijdigheid niet zou bestaan, zoals waarde collega (stilzwijgend) beweert, en ons wetenschappelijk denken aanstuurt.

Nu vermoed ik dat velen van mijn geachte lezers wellicht denken dat wetenschap ‘objectief’ behoort te zijn, en dus nooit partijdigheid vanuit politiek, geloof of welk wereldbeeld dan ook zou mogen dulden!

Om te begrijpen hoe wereldbeelden het wetenschappelijk denken en doen vormgeven, gewild dan wel ongewild, verdeel ik het wetenschappelijk proces in vier fasen (naar How to relate science and religion van Mikael Stenmark):

  1. de probleemstellingsfase (science-1)
  2. de ontwikkelingsfase (science-2)
  3. de bevestigingsfase (science-3)
  4. de toepassingsfase (science-4)
  • Science-1 betreft de vraag: wat gaan we eigenlijk doen, dat wil zeggen wat gaan we wetenschappelijk onderzoeken?

Dat levert ogenblikkelijk tal van vragen op: Wie betaalt ons?; Welke financiers zijn er voor ons soort vragen?; Moeten/mogen we onze onderzoeksvragen ‘aanpassen’ aan de financieringsmogelijkheden? Moeten we bepaalde vragen maar beter niet stellen om onze financieringskansen te vergroten? Enzovoort.

Hier duikt als vanzelf de wereldbeelden-vraag op.

Immers, diegenen die financiering beschikbaar stellen aan onderzoekers kunnen onderzoeksagenda’s bepalen en dat is gerelateerd aan de ideologische/politieke wensen van financiers, zoals Stenmark opmerkt (2004; met nadruk):

“In contemporary science more and more research projects require large funding, and consequently governments and large corporations have become increasingly involved. Hence people in power often decide the kind of research that should be undertaken and the kind that should be ignored. Scientists may even have to make a difficult choice between doing their research under these conditions or not doing it at all. Sciences has become heavily politicized and commercialized. …”

Overheden, bedrijven, milieu-NGO’s hebben er altijd belang bij dat onderzoek geformuleerd wordt binnen gewenste wereldbeelden-kaders van het moment, hoe diffuus of onderhuids die ook kunnen zijn of zelfs ontkend worden.

  • Science-2 betreft de vraag: welke methoden en hypothesen komen aan bod om de onderzoeksvragen die in science-1 zijn geformuleerd te beantwoorden?

Om financiers zover te krijgen geld op de rekening te storten, is het niet onbelangrijk dat onderzoekers zich niet te ver buiten de gebaande paden wagen.

Sterker: voordat de eerste financieringsaanvragen binnenstromen, zijn de onderzoeksgelden gekoppeld aan onderzoek dat als ‘gewenst’ wordt beschouwd.

Het gepubliceerde stikstofonderzoek van de afgelopen 30 jaar, bijvoorbeeld, is werkelijk een ‘feest (nou ja, feest) der herkenning en herhaling’.

De door de overheid gefinancierde rapportendiarree op dit terrein is werkelijk van een treurig eenzijdige bruine constitutie met nul substantie. Ook het klimaatonderzoek draait steeds dezelfde rondjes in de ‘kooldioxide carousel’.

Conflicterende hypothesen met nader te analyseren en wellicht betere beschrijvende, verklarende en voorspelde kwaliteiten hebben in beide onderzoeksvelden geen schijn van kans op financiering.

Iedereen doet hetzelfde trucje met dezelfde methoden en dezelfde hypothesen. Want daarvoor is geld beschikbaar. Saai, saaier, saaist.

Meer dan dat: deze academische blikvernauwing is slecht voor de wetenschap en de samenleving. Immers, daarmee worden nieuwe mogelijke ontdekkingen in de wetenschap bij voorbaat verhinderd.

  • Science-4 betreft de vraag: hoe passen we onze onderzoeksresultaten toe?

Dat in deze fase van wetenschappelijk onderzoek wereldbeelden een doorslaggevende rol spelen behoeft nauwelijks betoog, gezien het bovenstaande.

Samenvattend blijkt dat partijdigheid, voortkomend uit wereldbeelden, overal voorkomt in wetenschappelijke onderzoek. Waarde opponent schetst met zijn scheiding van onderzoek van beleid en politiek een fictieve wereld.

Sterker: voordat we überhaupt aan wetenschap beginnen heeft beleid en politiek al de nodige wereldbeelden-stempels gedrukt op het hele proces.

En dat weet waarde opponent. Er is heel wat onderzoeksgeld verspild aan modieus toxicologische kwesties die uiteindelijk achter de aandachtshorizon zijn verdwenen. Veel wetenschappelijke carrières zijn daarop gebouwd.

Maar, en nu komt het, science-3 is helemaal anders, althans zou dat moeten zijn!!

  • Science-3 betreft namelijk de vraag: hóe kunnen we de verkregen resultaten uit wetenschappelijk onderzoek duiden.

Welke hypothesen kunnen er gedestilleerd worden uit onze data die het beste beschrijven, verklaren en hopelijk ook iets voorspellen over nieuwe, nog onbekende, fenomenen?

Hier is wereldbeelden-partijdigheid ab-so-luut uit den boze.

Mogen we onderzoeksresultaten schrappen omdat ze ons ‘niet bevallen’, dat wil zeggen ze komen ons ongelegen gezien onze wereldbeelden?

Mogen we onderzoeksresultaten en modellen geheim houden voor collega onderzoekers (zie Hoe de overheid stikstofkritiek poogde te verstikken en AERIUS óf Het Rijks Instituut voor Veile Misleiding)?

Of mogen we onderzoeksresultaten fabuleren, zoals Diederik Stapel ooit heeft gedaan? Hij zegt daar bijvoorbeeld het volgende over:

Maar waarom stopte je dan niet met frauderen? Wat leverde het je op?

Resultaat, schoonheid, structuur, gemak, applaus, status. Dat speelde allemaal een rol. Het leven wordt een stuk eenvoudiger als wat jij dénkt dat waar is, ook echt waar is. Je wilt gewoon dat het klopt, want je houdt zoveel van je theorie. Voor mij was dat heel belangrijk. Dat de werkelijkheid helder en eenduidig was. Terwijl dat niet was wat de werkelijkheid me vertelde. …”

Het antwoord ligt voor de hand: nee, nee en nog eens nee. Frauderen, liegen, misleiden, fabuleren, verzwijgen, geheimhouden en zo verder in de wetenschap is taboe.

Niet voor niets was de woede inzake Stapel’s fraude zo groot, maar ook goedkoop. Als het onderzoeksfraude betreft, zoals nu zichtbaar geworden bij AERIUS/OPS, die de wereldbeelden van beleid en politiek goed past, horen we er niets van.

Desalniettemin, de werkelijkheid pogen naar je hand te zetten, omwille van de gewenste wereldbeelden, met mooie eenduidige plaatjes en getallen, onder de noemer van wetenschap, is ontoelaatbaar.

Onderstaand citaat uit Van Dobben et al. (2012) maakt duidelijk dat met KDW, gewenst beleid wordt gefaciliteerd. Anders gezegd, de gewenste groen-utopische wereldbeelden van ecologen leidt tot KDW die wetenschappelijk verwerpelijk zijn, want gepresenteerd met een onbestaanbare ecologische precisie (met nadruk):

“De KDW kan vergeleken worden met de huidige of toekomstige depositie om een beeld te krijgen van de knelpunten voor verzuring en vermesting. Voor het kunnen bepalen van (het risico op) verslechtering van habitats, bijvoorbeeld in vergunningprocedures, is het essentieel dat de KDW’n zijn vastgesteld als unieke waarden en niet in de vorm van bandbreedtes of onzekerheidsmarges. Deze unieke waarden moeten gezien worden als de meest waarschijnlijke waarde gezien de huidige stand van kennis. Wanneer de atmosferische depositie hoger is dan de KDW van het habitat bestaat er een duidelijk risico op een significant negatief effect, waardoor het instandhoudingsdoel voor een habitat (in termen van kwaliteit en oppervlakte) niet duurzaam kan worden gerealiseerd. Hoe hoger de overschrijding van het kritische niveau en hoe langduriger die overschrijding, hoe groter het risico op ongewenste effecten op de biodiversiteit.”

Omwille van het gewenste wereldbeeld dat nu de samenleving dwingend wordt opgelegd, hebben Van Dobben et al. zelf hun wereldbeelden verweven met onderzoeksuitkomsten:

KDW zijn als unieke waarden geformuleerd om vergunningverlening te faciliteren. Parbleu?

Dit heeft niets met wetenschap te maken. Door KDW openlijk te koppelen aan nota bene vergunningverlening maakt de onderzoekers ogenblikkelijk verantwoordelijk voor een brede maatschappelijke kosten-baten analyse. Mijn eigen reactie op waarde opponent was dan ook eenduidig:

“Je mag het volstrekt met mij oneens zijn, dan alleen dat dat ongekwalificeerd is en daarom niet bijster interessant. De auteurs van het KDW-rapport hebben zelf op de trom geroerd wat betreft de acceptatie van KDW door bestuur en rechterlijke macht. Ik wijs hen daarbij op de daaruit voortvloeiende wetenschappelijke verantwoordelijkheden. Je bent dus nog steeds aan het verkeerde adres.”

Het is, afsluitend, bizar dat de rechterlijke macht niet doorziet dat KDW, samen met AERIUS/OPS, niets anders zijn dan turbo encabulators.

Inderdaad, dat is een briljante technobabbel grap met als eindquote: “het is niet goedkoop, maar ik ben er zeker van dat de overheid het zal aanschaffen.”

KDW zijn alles behalve grappig, en de samenleving betaalt voor handhaving daarvan een hele hoge prijs in ruil voor turbo encabulators, niets dus.


© 2022. All rights reserved.