De Tweede Kamer en KDW - een kleine analyse

BNR Nieuwsradio heeft op 23 juni Leen Hordijk ‘achter de microfoon’. Het gesprek gaat onder andere over Kritische depositiewaarden (KDW). Ik citeer (met nadruk):

“… de kritische depositiewaarden (KDW), kort gezegd de neerslag van stikstof in de desbetreffende natuurgebieden, worden flink onder de loep genomen.

Zo zei BBB-frontvrouw Caroline van der Plas dat ‘de KDW’s niets over de staat van de natuur zeggen’, iets dat Hordijk weerlegt: ‘Dat is een misverstand. Mevrouw van der Plas zegt dat KDW een indicatie is van de neerslag van stikstof, terwijl het juist een indicator is voor de maximale tolerantie die natuurgebieden hebben voor wat er naar beneden komt. Het is dus een soort van norm, een ondergrens. En uit de wetenschap zijn er dan getallen gekomen, gebaseerd op wetenschappelijke experimenten waarbij je dan in gebiedjes met een bepaald habitat extra stikstof naar beneden laat vallen, waarna er gemeten wordt wat het effect is op de natuur.’

Hordijk noemt ook andere onderzoekers die andere gebieden met minder stikstof analyseerden, en ook andere uitkomsten ervoeren. ‘Gebieden met een zelfde habitat maar een andere stikstofneerslag. Zij keken naar hoe die gebieden reageerden op basis van de hoeveel stikstof, en daarop gebaseerd zijn dus modellen gemaakt die voor heel Europa en voor alle habitats de boel in kaart brengen. In wezen is dat ook wat de wetenschappers nu ook zeggen: als de KDW’s langdurig en hoog worden overschreden, is de natuur in risico. Dat staat vast. Natuurlijk zijn er andere oorzaken waar de natuur slecht op reageert, maar in de Natura 2000-gebieden gaat het dus vooral om die waarden die al heel lang en heel hoog worden overschreden.’

Ik kan de opmerkingen van prof. Hordijk niet onbeantwoord laten. Vooraf: het Adviescollege Meten en Berekenen Stikstof, waar prof. Hordijk voorzitter van was en uw waarde blogger lid van is geweest, heeft KDW niet meegenomen in haar analyses.


Om te beginnen, de definitie van KDW als een indicator “voor de maximale tolerantie die natuurgebieden hebben voor wat er naar beneden komt” is op zich correct.

KDW worden, terecht of niet (zie onder), beschouwd als wetenschappelijke stikstofrisicoplafonds voor ecosystemen.

Wat, om te beginnen, onbesproken blijft is of KDW, zonder reserve, als beleidsinstrumenten moeten worden beschouwd én toegepast zoals nu gebeurt.

Dát is onbegrijpelijk en onterecht.

Chemische voedselveiligheid bijvoorbeeld - het stellen van normen voor voedsel-eigen en -vreemde stoffen - gáát niet zonder een brede maatschappelijke kosten-baten analyse.

Voedselveiligheid normen die niet getoetst zijn aan de praktijk van alledag bemoeilijken, zo is bekend, mondiale voedselproductie.

Kortom: een brede maatschappelijke kosten-baten analyse is een noodzaak voor elke wetenschappelijk-begrepen norm. Voor KDW zijn dergelijke analyses nooit gemaakt!

Eerste conclusie: KDW worden onterecht, zonder sociaal-maatschappelijke en economische risico-analytische context, geïmplementeerd als kale normen voor stikstof-emitterende activiteiten (stikstof = onder andere NOx en ammoniak).

Nu dit duidelijk is gaan we verder met enkele citaten uit het gesprek. “Uit de wetenschap zijn getallen gekomen”. Dat klinkt nogal mysterieus.

Laten we dit welwillend proberen te begrijpen.

De opmerkingen die er op volgen - “gebaseerd … op de natuur” - zijn op zich correct maar incompleet. Er ontbreken essentiële aspecten.

Mijn artikel met Briggs - Nitrogen Critical Loads: Critical Reflections on Past Experiments, Ecological Endpoints, and Uncertainties - laat zien dat de term ‘Kritisch” niet veel verder komt dan “ecologische veranderingen onder invloed van (waarschijnlijk) stikstof”.

“Ecologische veranderingen” kunnen echter niet zomaar worden gelijkgesteld aan ‘schadelijk’. We zeggen het als volgt in onze studie (met nadruk):

“That the different studies that showed, for instance, how the length of a particular Sphagnum species [veenmos] is changed on average in some way is not, by itself, of interest. It must be specified why some level of growth, if only growth is considered, is good or bad in some decisional manner.

De cruciale vraag is wanneer veranderingen daadwerkelijk vaststelbaar en reproduceerbaar schadelijk zíjn. Dat blijkt in veel studies onvoldoende aan bod te komen of wordt zelfs helemaal niet geadresseerd.

Overigens, veel studies die experimenteel van aard zijn - kort: toevoegen van bepaalde hoeveelheden stikstofverbindingen op kleine stukjes habitat gedurende een bepaalde tijd - geven veel te weinig inzicht in achtergronddeposities, die vanzelfsprekend de onderzoeksresultaten beïnvloeden.

Achtergronddeposities van stikstof worden namelijk routinematig in jaargemiddelden gegeven.

Dat is veel te onnauwkeurig om de experimenteel gevonden resultaten goed te begrijpen laat staan dat daaruit KDW met enige precisie te destilleren zijn.

Dan nog wat, voor de liefhebber: testen op statistische significantie, de veelgebruikte ‘methode’ in KDW-studies, geeft geen enkel inzicht in het ‘kritisch zijn’ van stikstofdepositie bij een bepaald niveau van experimentele of andere aard!

Het werk van collega Briggs is op dit vlak baanbrekend.

Als men dat teveel eer vindt, lees het werk van Gerd Gigerenzer, zoals zijn Mindless Statistics. Of neem deze: Scientists rise up against statistical significance.

Dus het verstoppertje spelen achter een ‘significant kritisch resultaat’ in KDW-studies is al heel lang wetenschappelijk achterhaald en ontoelaatbaar! Okay, nuff said!

Verders: heel wat KDW getallen zijn niet meer dan expert judgements (inschattingen).

Wat duidelijk is, is dat deze expert inschattingen veel te veel zekerheid suggereren nevens het feit dat er geen duidelijkheid bestaat onder welke condities deze inschattingen zijn gemaakt.

Tweede conclusie: KDW komen niet “uit de wetenschap”. Het is mensenwerk dat niet zelden onvolledig is, een gebrek aan precisie kent of zelfs onterecht conclusies presenteert op grond van misverstane statistiek. Wat betreft expert inschattingen suggereren KDW veel te veel zekerheid die niet bestaat.

We gaan verder: “als de KDW’s langdurig en hoog worden overschreden, is de natuur in risico. Dat staat vast.”

Die laatste uitspraak is teveel eer toekennen aan proefondervindelijk (KDW) onderzoek, zoals uit bovenstaande blijkt. Wetenschapsfilosofisch zeg ik het als volgt in mijn brief aan minister Dijkgraaf (nadruk in origineel):

“… wetenschappelijke kennis is in de meeste gevallen van (zeer) tijdelijke aard en is immer voor verbetering vatbaar.

Anders gezegd: de feiten waar u zo op hamert zijn altijd voorwaardelijk waar, dus voor zover onze kennis en begrip reiken.

De verwarring die u oproept ligt in het feit dat wetenschap van het empirische (proefondervindelijke) soort dus nooit noodzakelijke, eeuwige, waarheden oplevert, zoals dat het geval is in de wiskunde.”

Is de natuur “in risico” als “KDW’s langdurig en hoog worden overschreden”? Deze uitspraak kent meerdere aspecten die vragen oproepen.

Ten eerste is het de vraag of en in hoeverre AERIUS, het nu overbekende RIVM model, enige mate van nauwkeurigheid kán produceren in relatie tot KDW.

Het Adviescollege Meten en Berekenen Stikstof heeft in ieder geval opgemerkt dat op hexagonniveau (zeg maar een hectare) AERIUS forse onnauwkeurigheden kent die het voor vergunningverlening niet doelgeschikt maakt.

Deze uitspraak is wellicht onvoldoende precies, niet wetende dat op het moment van het schrijven van het eindrapport er in het verleden validatiestudies zijn uitgevoerd voor AERIUS.

Het Adviescollege heeft die tijdens haar werk nooit ontvangen van het RIVM.

(Nee, wij hebben als Adviescollege nooit specifiek gevraagd naar validatiestudies; dat hoeft ook niet. Transparantie is essentieel in de wetenschap.)

Ten tweede, prof. Hordijk stelt impliciet in zijn reflectie dat KDW enkelvoudige getallen zijn die uitdrukking geven aan habitatrisico’s als de stikstofdepositie hoger is dan een KDW. Daarin herkennen we Van Dobben et al. (met nadruk; zie verder deze blogpost):

Voor het kunnen bepalen van (het risico op) verslechtering van habitats, bijvoorbeeld in vergunningprocedures, is het essentieel dat de KDW’n zijn vastgesteld als unieke waarden en niet in de vorm van bandbreedtes of onzekerheidsmarges. Deze unieke waarden moeten gezien worden als de meest waarschijnlijke waarde gezien de huidige stand van kennis. Wanneer de atmosferische depositie hoger is dan de KDW van het habitat bestaat er een duidelijk risico op een significant negatief effect, waardoor het instandhoudingsdoel voor een habitat (in termen van kwaliteit en oppervlakte) niet duurzaam kan worden gerealiseerd. Hoe hoger de overschrijding van het kritische niveau en hoe langduriger die overschrijding, hoe groter het risico op ongewenste effecten op de biodiversiteit.”

Dit is wetenschappelijk zeer dubieus. KDW kennen een veelheid aan onzekerheden en onduidelijkheden die tot op heden nooit expliciet aan de orde zijn gesteld of zelfs maar een vertaalslag hebben gekregen in toepassingen van KDW in beleid.

Anders gezegd: KDW worden in weerwil van die onzekerheden en onduidelijkheden als harde getallen geformuleerd en gebruikt in AERIUS en daarmee het beleid!

Prof. Hordijk gaat daarin mee; wetenschappelijk volstrekt onterecht.

Ten derde, ondanks andere oorzaken die de staat van instandhouding kunnen beïnvloeden, wordt stikstof als hoofdverantwoordelijke afgeschilderd.

Gezien de onzekerhedencombinaties van KDW en AERIUS is dat dus expliciet de vraag. Zie bijvoorbeeld Natuur en Stikstof - Het Paard en de Wagen voor een habitat vergelijk met Duitsland.

Vanwege onzekerheden en onduidelijkheden in AERIUS en KDW leidt het combinatiegebruik van beiden uiteindelijk tot obscuur modelmatig navelstaren.

Dat rekenkundig navelstaren kan alleen worden doorbroken door empirische ecologische observaties transparant te analyseren (zie Datapakhuizen met natuurgegevens maar de modellen regeren).

Derde conclusie: KDW kennen tal van onzekerheden en onduidelijkheden die het huidig gebruik in beleid (en AERIUS) wetenschappelijk dubieus maken.

Eindconclusie is dat de reflectie van prof. Hordijk op de KDW, zoals verwoordt bij BNR, wetenschappelijk fors te wensen overlaat.

Zoals hijzelf terecht opmerkt, wetenschap leeft van kritiek, maar in dit geval komt kritiek, zoals van ons afkomstig, blijkbaar niet uit.

Dat maakt, zoals ik eerder heb opgemerkt, het stikstof discours onkritisch, wetenschappelijk ontzettend zwak én, niet verbazingwekkend, rigide.

Het wetenschappelijke stikstofdiscours is alles overziend nooit echt kritisch geweest.

De Nederlandse samenleving zal derhalve hiervoor torenhoog lesgeld moeten betalen, zonder hoop dat er daadwerkelijk van geleerd zal worden of dat al die uitgaven iets zullen opleveren.


© 2022. All rights reserved.