Waarom zijn we bang (4)

We waren gebleven bij angst. Angst voor wetenschap en technologie. Beiden zijn de drijvende krachten achter de groeiende industriële activiteiten die veel welvaart voor steeds meer mensen hebben gebracht en brengers van nieuwe dreigingen die onze toekomst en die van de planeet in gevaar kunnen brengen.

Voordat ik in de veelbesproken dreigingen van wetenschap en technologie duik (althans een hele kleine selectie daarvan), is het eerst van belang de angst zelf proberen te begrijpen. Zorgen voor morgen hoeft nog niet zomaar te betekenen dat we angstig zijn (geworden).

Eerst de paradox waar we midden in zitten: de toenemende welvaart en gezonde levensduur, de steeds grotere beschikbaarheid van voedsel, producten en diensten gaan samen met een toenemende angst voor de toekomst. Dat wil zeggen, mensen lijken steeds angstiger te worden voor wat er in de toekomst mogelijk kan gebeuren als gevolg van ons gebruik van wetenschap en technologie.

De onderliggende verklaring voor deze paradox bestaat uit een aantal onderdelen. (Mijn goede vriend Roel Pieterman heeft hier veel over geschreven en hij heeft mij geïnspireerd hier verder onderzoek aan te doen.)

Ten eerste: de alomtegenwoordigheid van wetenschap en technologie in vrijwel alle samenlevingen in de wereld.

Ondanks de evidente voordelen maken beiden blijkbaar ook bang: van cybercrime en phishing via mobiele telefonie tot PFAS op pizzadozen; van drones die het luchtverkeer stilleggen tot kooldioxide uitstoot van cruiseschepen; van bijwerkingen van medicijnen tot residuen bestrijdingsmiddelen op een krop sla. En ga zo maar door.

Ten tweede: wantrouwen van burgers ten aanzien van instituties zoals bijvoorbeeld onderzoeksinstellingen (PBL, RIVM), universiteiten en bestuurlijke organen (waterschappen, landelijke overheid).

Wetenschappelijk onderzoek heeft hierin een bijzondere positie. Om mijzelf maar eens te citeren (nadruk toegevoegd):

A high level of confidence regarding what science is supposed to deliver is offset by a high level of scepticism with regard to what science cannot and should not do. In modern society, scepticism about science’s capacity to secure objective knowledge, illustrated by the erosion of the idea(l) of autonomous knowledge and autonomous law, lent aid to the shift towards the notion of inter-subjective knowledge. It is merely a matter of degree to claim that all knowledge is related to interests and power.”

Dus: in onze samenleving worden zeer hoge verwachtingen toegekend aan wetenschappelijk onderzoek (voor onze veiligheid en de veiligheid van de wereld!) terwijl tegelijkertijd datzelfde wetenschappelijk onderzoek met een forse dosis scepsis wordt bekeken.

We doen steeds meer onderzoek ten behoeve van onze veiligheid, de natuur, het klimaat, de oceanen, maar wantrouwen niet zelden de resultaten daarvan. Sterker, onafhankelijk onderzoek wordt in feite als onbestaanbaar geacht, omdat macht (politiek, industrieel, ideologisch) altijd een rol zou spelen. De ironie van deze valkuil kent z’n weerga niet (nadruk toegevoegd):

Science and technology as originators of the perceived predicament has proven to be indispensable to highlight and measure the very same predicament. … science and technology itself delivered the data to underscore this line of thought: the first space missions rendered pictures of Earth as a small blue planet engulfed by the dark hostility of space.”

Ten derde: toenemende veiligheid en zekerheid voor een steeds grote groep mensen in de wereld. Het resultaat daarvan is in ieder geval dat de gezonde levensduur van steeds mensen fors is toegenomen in de laatste 150 jaar. Dat heeft onder andere te maken met de gedaalde babysterfte. Kortom: ons leven is heel veilig geworden!

Bovendien wordt toch nog geleden schade steeds meer gecompenseerd. Verzekeringen te over, tot ‘sneeuwgaranties’ aan toe (een kleine internet search levert fascinerende resultaten).

En als geleden schade steeds meer en vollediger wordt gecompenseerd, dan schept dat hoge verwachtingen. Sterker: de verontwaardiging is groot als ons iets overkomt! Onze veiligheid lijkt wel een recht geworden dat opeisbaar is.

Anders uitgedrukt: we zijn een ‘rechtensamenleving’ geworden waarin we elkaar continue de maat nemen op alle vlakken van het bestaan (zie bijvoorbeeld Friedman, L.M. 1985. Total Justice. Russell Sage Foundation, New York). Stikstof anyone?

Schade en ziekte (gepercipieerd of reëel) die ons kunnen overkomen hebben daarmee een ‘veroorzaker’, een ‘schuldige’. Ons ‘recht’ op een lang gezond (gelukkig?) leven kan zomaar ‘geschonden’ worden. En dat moet rechtgezet worden. En wel nu! Maar het is nooit mijn schuld! Blaming the victim is zó 20ste eeuws.

En toch bevredigt deze lijn van argumentatie mij niet. Niet voor niets heb ik hier een (tweede) dissertatie aan gewijd. Er is meer en dat gaan we onder de loep nemen in de volgende blogpost(s) …


© 2019. All rights reserved.