De hoogste tijd voor tracking and tracing van wet- en regelgeving

Een nieuw kabinet moet worden geformeerd. Er is genoeg inkt verspild aan de roep om transparantie vanuit tal van gelederen, inclusief de Tweede Kamer, die echter nauwelijks in staat is inhoudelijke zaken te beoordelen.

Ik doe bij dezen een paar voorstellen aan de nieuwe informateur. Het is de hoogste tijd voor tracking and tracing van wet- en regelgeving!

We horen het vaak, wellicht te vaak. Bedrijven behoren een ‘license to produce’ te hebben, en ‘tracking and tracing’ van producten moet de normaalste zaak van de wereld zijn/worden.

Alles voor de veiligheid van mens en milieu. Bedrijven moeten dus verantwoordelijkheid af (kunnen) leggen aan burgers en overheden van samenlevingen over al hun doen en laten.

Althans: dat is het verhaal dat ons keer op keer verteld wordt. Ik stel mij namelijk zo voor dat er ook een ander verhaal speelt.

Met tracking and tracing en de license to produce voor bedrijven kunnen politici/bestuurders/bureaucraten in de wereld hun macht vergroten om, bijvoorbeeld, mondiaal productie en consumptie, naar believen, centralistisch te sturen.

Dit is een stelling die ik zonder meer verdedigingwaardig acht, maar wat ik in deze blogpost zal doen is dezelfde systematiek van tracking and tracing loslaten op wet- en regelgeving.

Het zal niet verbazen dat beleidsmakers en de wetgevende macht zich op dat vlak zich er nogal eens met een jantje-van-leiden van afmaken.

Sterker, de toeslagenaffaire, het stikstofdossier, maar zeker ook het melamine/formaldehyde debacle veroorzaakt door de NVWA en BuRO laten zien dat burgers en bedrijven niet zelden worden geschoffeerd door bestuursorganen, (overheids)instellingen en, in sommige gevallen, ook door onderzoeksinstellingen.

(Vandaag is mijn A Short Critique on the Stance of the Netherlands Food and Consumer Product Safety Authority on Melamine Polymer Formaldehyde Exposures wetenschappelijk gepubliceerd.)

Ik besef, ik doe hier boude uitspraken. Die vragen om boter bij de vis, zoals het hoort. Voordat ik die boter ga aanleveren, met dank aan collega Rotgers, eerst een stukje theorie. Dat moet soms, waarde lezer.

Want: hoe stel ik mij tracking and tracing van wet- en regelgeving in algemene zin eigenlijk voor? Een paar punten ter illustratie:

  1. Doelstellingen van wet- en regelgeving zijn transparant, meetbaar, haalbaar, handhaafbaar en proportioneel;
  2. Wet- en regelgeving zijn doelmatig, efficiënt en maatschappelijk kosteneffectief;
  3. Wet- en regelgeving zijn transparant en democratisch tot stand gekomen (het proces daartoe moet inzichtelijk en onderbouwd zijn);
  4. Wet- en regelgeving dienen de Nederlandse burgers; individuele situaties van burgers worden niet uit het oog verloren (zie Ongekend onrecht);
  5. Burgers worden volledig geïnformeerd over beoogde en geïmplementeerde wet- en regelgeving;
  6. Eventueel wetenschappelijk onderzoek dat noodzakelijk wordt geacht voor beoogde wet- en regelgeving behoort in zijn totaliteit openbaar beschikbaar te zijn.

Op zich niet al te ingewikkeld, maar voorgestelde punten zijn waarschijnlijk niet zomaar te realiseren, althans in het huidige bestel. Desalniettemin.

Punt 6 zal ik verder uitbouwen. Waarom? Simpel: het is mijn eigen speelveld én wetenschappelijk onderzoek schijnt een belangrijke rol te moeten spelen bij veel wet- en regelgeving.

Er is echter een nogal fors ‘dingetje’: wetenschap kent spelregels die onopgeefbaar zijn; het doet er dus niet toe of hier wel of geen wet- en regelgeving in het spel zijn!

De centrale set aan spelregels in de wetenschappelijke wereld zijn de zogenaamde epistemische waarden.

Moeilijk woord, epistemisch? Ach, valt wel mee. Het is een technisch-filosofische aanduiding voor ‘kennisgedreven’, ‘rationeel’, ‘met bewijs onderbouwd’, ‘waarheid’.

Allemaal zaken die je meteen met wetenschap behoort te associeren! Ja toch?

Een lijstje van waarden, wetenschappelijke standaarden, verduidelijkt hopelijk deze technische term. Wetenschappelijk onderzoekers werken aan …

  • beschrijven, verklaren, voorspellen;
  • integriteit;
  • betrouwbaarheid;
  • volledigheid;
  • objectiviteit;
  • consistentie;
  • relevantie;
  • transparantie;
  • openbaarheid;
  • reproduceerbaarheid/repliceerbaarheid;
  • traceerbaarheid.

Het één na laatste punt leg ik kort uit: reproduceerbaarheid is het herhaaldelijk verkrijgen van consistente resultaten met dezelfde beschikbare input data, berekeningsstappen, codes, en analyse condities van dezelfde studie.

Repliceerbaarheid is het verkrijgen van consistente resultaten vanuit verschillende studies gericht op het beantwoorden van dezelfde wetenschappelijke vraag.

Bovengenoemde opsomming is natuurlijk niet volledig. Maar: al deze punten hebben betrekking op de centrale karakteristiek van wetenschappelijk onderzoek: alles gebeurt ‘in de openbaarheid’.

Preciezer gezegd: wetenschappelijk onderzoek is ‘het verborgene’ van de werkelijkheid consistent, integer, reproduceerbaar/repliceerbaar zichtbaar maken; niet voor een select gezelschap maar voor ie-der-een.

Niet onbelangrijk: in de wetenschappelijke wereld bestaan ook niet-epistemische ‘waarden’ - drijfveren: eer, geld, aanzien, macht.

Wetenschappelijk onderzoekers zijn net echte mensen.

Overigens blijven deze drijfveren structureel verborgen, bewust dan wel onbewust. Om als onderzoeker serieus genomen te worden moeten die ‘waarden’ ook onder de oppervlakte blijven.

Dat is eenvoudig te begrijpen: in de wetenschap kun je moeilijk beweren dat je als onderzoeker eigenlijk vooral geld en macht najaagt en dus niet echt, of zelfs helemaal niet, geïnteresseerd bent in het waarheidsgehalte van (het eigen) onderzoek.

Eer en aanzien zijn wellicht minder moeilijk te ontdekken: impactfactoren van tijdschriften, Researchgate scores, h-indexen, enzovoort. Scorekaarten voor onderzoekers zijn overal aanwezig, en ‘we’ laten die trots aan anderen zien!

Wederom: geen onderzoeker zal hardop zeggen dat zij/hij het onderzoek doet voor alleen de eer en het aanzien. Men gelooft echt in de onderzoeksresultaten, en nooit als afgeleide van aanzien en eer.

En als men tóch gaat voor geld, eer, macht en aanzien, zal men dat nooit toegeven. (Voor de filosofische liefhebber: dit onderzoek van Ward E. Jones legt de kwestie van niet-epistemische drijfveren boeiend uit.)

Terug naar wetenschappelijk onderzoek ten behoeve van wet- en regelgeving. Wat bedoel ik als ik zeg dat “wetenschappelijk onderzoek in zijn totaliteit openbaar beschikbaar” moet zijn? Openbaar moet zijn:

  1. Onderzoeksopzet, methodiek en verwachtte onderzoeksuitkomsten;
  2. Data verzamelingsmethoden;
  3. Verkregen ruwe datasets (No raw data, no science);
  4. Data bewerkingsmethoden;
  5. Broncodes van eventuele gebruikte rekenmodellen (berekeningen);
  6. De wijze van gebruik van eventuele rekenmodellen (berekeningen).

Genoeg theorie. Een voorbeeld is nu wel op z’n plaats. En ja, alweer stikstof (wat een goudmijn is dit, of beter een pyrietmijn (fools gold): Onderzoek naar een ecologisch noodzakelijke reductiedoelstelling van stikstof.

Het rapport is gepubliceerd door het Wereld Natuur Fonds in april 2021. Dit WNF-rapport is gebaseerd op het Ossekampen Grassland Experiment. Dit betreft een langjarig soortenonderzoek in de blauwgraslanden bij Wageningen dat gestart is 1958 en tot op heden doorloopt. Dit zeggen de auteurs zelf over het rapport (p. 4; nadruk toegevoegd):

“Dit rapport is tot stand gekomen in het vervolg op een bijeenkomst te Utrecht op 24 juli 2020 van een deel van de bij dit rapport betrokken auteurs. Aanleiding voor die bijeenkomst is geweest het bespreken van het eindadvies van het Adviescollege Stikstofproblematiek (de commissie Remkes). In het eindadvies van het adviescollege moest een belangrijke leemte worden vastgesteld op het onderdeel ecologie. Gemist werd een goede ecologisch-wetenschappelijke onderbouwing voor de gestelde stikstofreductieambitie en de daaraan gekoppelde (on)mogelijkheden van natuurherstel. Hierop is besloten in die omissie te voorzien. Dit heeft geleid tot de voorliggende wetenschappelijke publicatie.

Laten we de zes bovenstaande ‘openbaarheidspunten’ eens afvinken voor deze zoveelste ‘wetenschappelijke’ N-studie (die, helaas, een belangrijke en onterechte basis vormt voor het ABDTOPConsult rapport Stikstofruimte voor de toekomst).

  1. Onderzoeksopzet, methodiek en verwachtte onderzoeksuitkomsten: niet aanwezig. De titel verraadt al wat het doel is van de studie en dat maakt het wetenschappelijke gehalte op voorhand verdacht! Hou dat in gedachte, waarde lezer.
  2. Data verzamelingsmethoden: niet eenvoudig te achterhalen. Een magere zes min.
  3. Verkregen ruwe datasets: er is een website met datasets. Vooralsnog een voldoende; maar er zijn problemen met geleverde datasets.
  4. Data bewerkingsmethoden: niet verifieerbaar. Daarvoor gaan we, als voorbeeld, naar p. 28, figuur 4. Daar staan drie grafieken. We kijken naar grafiek c - soil pH.

    De drie punten rond de 1000 mol N/ha/y bepalen in hoge mate de vorm van de regressie door alle punten. Alleen, die punten zijn niet gerapporteerd in de meegeleverde pH-dataset (zie punt 3 hierboven).

    Bovendien: op de x-as komen de drie missende datapunten overeen met ± 1000 mol N/ha/jaar aan. Deze N-depositiewaarden worden in de N- and S-deposition dataset vermeld tussen 1950-1957, vóór de aanvang van het Ossekampen experiment dus.

    Deze figuur is dus … ja wat eigenlijk? Verzonnen? In ieder geval niet reproduceerbaar. En: de paarse punten zijn niet één-op-één te koppelen aan de meegeleverde pH-dataset. Dat brengt mij bij de punten 5 en 6.

  5. Broncodes van eventuele gebruikte rekenmodellen (berekeningen): niet aanwezig.
  6. De wijze van gebruik van eventuele rekenmodellen (berekeningen): niet aanwezig.

Need I say more? Wat een puinhoop. Maar ik ben helaas nog niet klaar. Daartoe zal ik een klein stukje WNF-rapport citeren (p.32):

“Waar mogelijk kunnen maatregelen ter verbetering van de hydrologie direct worden ingezet, omdat de negatieve effecten van stikstofdepositie voor een groot deel (maar niet volledig) kunnen worden gemitigeerd onder invloed van gebufferd grondwater.”

Dus: grondwaterstand en kwel -(grond)waterhuishouding dus- beïnvloeden in hoge mate de ecologie van de onderzochte ecosystemen. Dat schept verwachtingen: in ieder geval een dataset met grondwaterstanden op de datawebsite van het Ossekampen experiment met bijbehorende analyse.

Niets van dat al. Een grondwater dataset én analyse daarvan zijn onvindbaar. En dat is wetenschappelijk verdacht.

Dat ís verdacht in het licht van het reeds lange tijd bekende gegeven dat de waterhuishouding essentieel is voor het behoud van tal van ecosystemen en plantensoorten.

Zoals de studie Kwel en natuurontwikkeling in het binnenveld tussen de neder-Rijn en Veenendaal uit 1992 stelt (p. viii):

“Maatregelen ten behoeve van de natuurontwikkeling in het Binnenveld zullen in de eerste plaats gericht moeten zijn op handhaving en zo mogelijk verhoging van de kwelintensiteit. Daarbij is de vraag of en in hoeverre kwelwater de wortelzone bereikt, cruciaal. Peilbeheer is daarbij een belangrijk, maar niet eenvoudig te hanteren middel: te hoge peilen verminderen de kwel of doen hem omslaan in inzijging, te lage peilen resulteren erin dat het kwelwater de wortelzone niet bereikt. Er is daarbij een subtiele samenhang tussen geohydrologische omstandigheden, intern en extern peilbeheer en grootte van peileenheden die de nodige deskundige zorg vereist.”

Eerder gedane studies -zie bijvoorbeeld dit rapport uit 1975- laten hetzelfde zien: waterhuishouding en kwel spelen een hoofdrol in de instandhouding van de gewenste ecosystemen in Nederland, zoals bijvoorbeeld blauwgraslanden.

Conclusie?

De WNF-studie draagt de geur van schending van wetenschappelijk integriteit door: (i) niet-meegeleverde (niet-bestaande?) invloedrijke ‘datapunten’ aan een centrale grafiek toe te voegen; (ii) het ontbreken van een analyse van een bekende doorslaggevende ecologische factor, te weten waterhuishouding. Aldus de KNAW (nadruk toegevoegd hier van belang):

“Er is sprake van schending van wetenschappelijk integriteit, indien in openbare publicaties en/of gedragingen wordt gehandeld in strijd met de algehele verplichting om gegevens uit wetenschappelijk onderzoek naar waarheid te presenteren,

a. waarbij met name gegevens van wetenschappelijk onderzoek niet mogen worden vervalst, gemanipuleerd, verzwegen, verzonnen of, indien fictief van aard, als echt gepresenteerd; …”

Is dit alles verbazingwekkend? Nee en ja! Nee: titel van de WNF-studie is een weggevertje. Ja: de epistemische wetenschappelijke waarden worden met voeten getreden.

Bedenk, nogmaals, dat de WNF-studie én als wetenschappelijk wordt bestempeld door de auteurs zelf én een grote rol speelt, ten onrechte dus, in de onderbouwing van het ABDTOPConsult stikstof beleidsadvies.

Tracking and tracing van wet- en regelgeving: meer dan noodzakelijk dus!

Dat begint in ieder geval met wetenschappelijk werk dat voldoet aan de basale wetenschappelijke standaarden zoals ik hier heb besproken. De WNF-studie voldoet daar gewoonweg niet aan. Punt.

Op persoonlijk niveau zijn genoemde wetenschappelijke standaarden terug te voeren op de kardinale deugden die iedereen in het hart zouden moeten meedragen: Prudentia, Iustitia, Temperantia, Fortitudo - wijsheid, rechtvaardigheid, zelfbeheersing, moed.

Ik vrees dat Pieter Omtzigt en Renske Leijten, en zeker nog een paar andere Tweede Kamerleden, nog maar net begonnen zijn met hun controlerend parlementair werk. Werk aan de winkel, parlementariërs!


© 2019. All rights reserved.