Het slagveld van experts

Experts. Je zou er een punthoofd van krijgen. Waarom geven we hen zoveel credits? En waarom hebben we hun advies zó nodig, of denken we nodig te hebben? En hoeveel persoonlijke betrokkenheid hebben experts eigenlijk bij het eigen advies aan de machthebbers van deze wereld? Hoeveel macht wordt ze gegeven?

Om daar wat vat op te krijgen ga ik terug in de tijd. Naar het oude Israel, met zijn koningen en profeten. De koningen van toen zijn zoals de machthebbers van nu, met hier en daar een uitzondering.

De profeten van het oude Israel zijn uit heel ander hout gesneden.

Voordat de geachte lezer wellicht denkt dat deze (amateur) theoloog ‘religieus’ uit de bocht zal vliegen, ga ik eerst een paar aspecten noemen van deze wijze en intelligente krachtpatsers -mannen én vrouwen- van de oudheid.

Profeet zijn is geroepen zijn. Door hun God. (Het doet er hier niet toe of de lezer gelooft in God of niet.) Die roeping heeft een fundamentele uitwerking op hun doen (en laten). Waar bestond dat doen uit van profeten?:

  • Preken. Klinkt prekerig, maar preken betekent, heel kort door de bocht, uitspreken wat de bevolking, waar de profeet toe behoort, te doen staat. De profeet Micha zegt het zo: “Hij heeft je gemeld, mens, wat goed is, en wat vraagt de Ene anders van je dan recht doen, vriendschap liefhebben en naarstig wandelen met je God.”
  • Onderzoeken. Wat precies? Nou, als analyst pogen het goede van het kwade te onderscheiden in de samenleving waarin de profeet is gesteld. In het boek Jeremia staat bijvoorbeeld: “Als keurmeester heb Ik jou in mijn gemeente gegeven, één die goud toetst,- opdat je kent en kennen zult: hun wegen.”
  • Bemiddelaar. Tussen wie? God en mensen. Okay, ik begrijp dat dat voor velen een paar bruggen te ver is, maar bekijk het als volgt: in het herstellen en bevorderen van menselijke verhoudingen speelt de profeet in de Oudheid een centrale rol onder verwijzing naar recht en rechtvaardigheid tussen mensen, met een expliciet beroep op God, de Opperrechter. (Lees Amos 7: 1-3; of Genesis 20.)
  • Allemaal leuk en aardig, maar wel erg ‘oud’ allemaal. Hoewel: recht en rechtvaardigheid zijn van alle tijden, en wij hunkeren er nog steeds naar!

Er is nog iets dat de aandacht vraagt en waarin een directe overlap tussen de profeten van toen en de experts (‘experts’) van nu te vinden is.

Als een profeet een verwachting uitspreekt -wij zouden dat in moderne taal een ‘projectie’ noemen- dan was het wel of niet uitkomen van die uitgesproken verwachting een toets of we te maken hadden met een profeet van de Ene, of niet.

“… pas als het woord van die profeet uitkomt wordt van die profeet geweten dat de Ene hem in waarheid heeft gezonden!” (Jeremia 28)

Verrassend genoeg wordt in de oudheid dus een sterk (ik zou bijna zeggen: modern) empirische (proefondervindelijke) kwalificatie gekoppeld aan datgene wat een profeet beweert in de naam van haar of zijn God!

Dit betekent overigens niet dat profeten zoals een Jeremia of een Jona de toekomst voorspellen alsof die vastligt.

“Nog veertig dagen, en Ninevé wordt ondersteboven gekeerd!” -Jona 3:4- lijkt een voorspelling maar is het niet. Ninevé werd gespaard door God in het boek Jona.

De profeet Jona roept op tot berouw over de wetteloosheid van mensen in Ninevé met een ‘goddelijk’ dreigement, en tot zijn verbazing én woede gaat de bevolking van Ninevé overstag.

Het verhaal van Jona laat zien hoe kwetsbaar een profeet is als hij met te grote stelligheid over de toekomst spreekt. De toekomst ligt niet vast en, belangrijker, is niet aan haar/hem!

De verwachting die een profeet uitspreekt over de toekomst is een goddelijk inzicht die mensen er op wijst dat als men zus of zo blijft doen, er bepaalde niet onaanzienlijke consequenties zijn. Zo blijft het speelveld vrij voor de wil van mensen en de wil van God.

Valse profetie in het oude Israël, die in oppositie staat van echte profetie, was niet het product van zedeloosheid, maar eerder de vrucht van een geestelijk klimaat waarin ze haar voedingsbodem vond. Zoals Labuschagne opmerkt (nadruk toegevoegd):

” … voor een valse profeet [geldt] dat hij niet geboren, maar gemaakt wordt - gemaakt door de geest van de tijd, door het conservatieve traditioneel denken, door het conformisme aan de gevestigde orde, door de ideologie en het beleid van de profetengilde, waarbij God, theologisch gesproken, geen inspraak wordt gegeven. ….

De overgeleverde godsdienstige waarheden kwamen daarbij vast te liggen in dogma’s die tegelijkertijd programma’s waren: God handelt nooit anders dan conform het traditionele beeld dat men van Hem heeft, met name dat Hij altijd partij kiest voor het volk Israël, dat Hij onder alle omstandigheden in hun midden is en dat hun daarom geen kwaad kan overkomen.

Deze zekerheden wisten de valse profeten met grote behendigheid te hanteren als axioma’s en slogans. Ze pretendeerden theologisch solide te zijn, strikt van opvatting, rechtzinnig en vasthoudend aan de rechte leer, en lieten profeten als Amos, Micha en Jeremia voorkomen als staatsgevaarlijke nieuwlichters en verraders van het volk. Zo werd Amos van een samenzwering tegen koning Jerobeam beschuldigd (Amos 7:10) en Jeremia met de dood bedreigd, van hoogverraad beschuldigd en gevangen gezet (Jeremia 26:9; 37:13 e.v.).”

Doordat de valse profeten in de meerderheid waren, vonden zij hun zekerheid en kracht in het collectief denken en handelen, waarbij geen tegenspraak of verschil van visie geaccepteerd werd.

Andersdenkende profeten werden onder druk gezet om de standaarden van de meerderheid te omarmen, goedschiks dan wel kwaadschiks. Koningen 22 is illustratief:

“Alle profeten profeteren evenzo en zeggen: klim op naar Ramot Gilead: je zult daar slagen; geven zal de Ene het in de hand des konings!

De bode die Michajehoe tegemoet is gegaan heeft tot hem gesproken en gezegd: zie toch, de uitspraken van de profeten zijn uit één mond goed jegens de koning; laat toch jouw uitspraken zijn als het spreken van elkeen van hen en spreek goeds uit!

Maar Michajehoe zegt: bij het leven van de Ene, alleen wat de Ene tot mij zegt, dat zal ik spreken! …

…en nu, zie, heeft de Ene een geest van leugen gegeven in de mond van al deze profeten van u!- de Ene zelf heeft kwaad over u gesproken!

Dan treedt Tsidkiahoe, zoon van Kenaäna, naderbij, en geeft Michajehoe een kaakslag; hij zegt: hoezo is de geest van de Ene dan wel aan mij voorbijgegaan om met jou te spreken?

Michajehoe zegt: zie, dat ga je zien op die dag,- dat je kamer na kamer in zult komen om je te verstoppen! …”

De grote profeten van weleer waren niet bepaald verzekerd van een lang en veilig leven, zoals blijkt uit het geweld tegen Micha. Jeremia is een ander voorbeeld van een profeet die met de dood werd bedreigd en ook gevangen werd gezet.

Profeten zoals deze hadden dus, zoals dat zo mooi heet, ‘skin in the game’. Zij waren nauw betrokken bij het werk dat zij moesten uitvoeren en deinsden niet terug voor verzet van meerderheden en machthebbers.

Dit komt wel met een voorbehoud: het was de profeet uitdrukkelijk niet toegestaan de uitgesproken verwachting -de profetie- zelf te realiseren. (Daar zijn interessante uitzonderingen op die niet zonder consequenties bleven; dat is voor een andere keer.)

Dat brengt ons terug naar onze tijd. De experts van nu lijken in veel opzichten op de profeten van weleer. Op z’n minst ‘preken’, onderzoeken en bemiddelen zij.

De COVID-19 experts samengebracht in commissies, officieel of niet, ‘preken’ over de ‘essentiële’ 1.5 m afstand, intelligente lockdowns, verspreidingsmodellen, besmettingsniveaus, IC-opnames, mondkapjes, enzovoort.

Zij doen onderzoek naar het verloop van COVID-19 en het gedrag van de bevolking in deze pandemische tijden, mogelijke medicijnen en vaccins, enzovoort.

Zij ‘bemiddelen’ tussen machthebbers en de wetenschappelijke gemeenschap om het ‘beste’ advies, verwachtingen over de komende dagen en weken, naar de politiek en het publiek over te brengen. Daar zitten niet zelden ‘profetische dreigementen’ in, zoals in het Parool te lezen is:

“Advies Redteam: harde lockdown, ook thuis geen visite meer, want ‘dan kunnen we kerst vieren’

Stevig ingrijpen, met een lockdown van een paar weken, is nodig om het coronavirus onder controle te krijgen. Alleen dan is het mogelijk om kerst en oud en nieuw weer met vrienden en familie te kunnen vieren.”

En toch komen de hedendaagse experts niet in de buurt van de profeten van weleer, ondanks de evidente overeenkomsten. Er zijn pittige ‘profetische’ vragen te stellen aan de experts van nu, die zelden tot nooit gesteld worden. Ik noem er een paar:

  • Welke ‘god’, ideologie, dogma’s, machthebbers, belangen, dienen zij? (Ha, ik zie welhaast menig lezer de wenkbrauwen fronsen. Maar iedereen dient één of andere god, dat wil zeggen dat/diegene ‘boven’ jou!)
  • Hebben zij ‘skin in the game’?
  • Vormen zij tezamen een meerderheid, of zijn het enkelingen?
  • Laten zij conflicterende visies toe?
  • Hoe zeker zijn zij van hun zaak en hun expert adviezen?
  • Worden zij afgerekend op de kwaliteit en nauwkeurigheid van hun adviezen en uitgesproken verwachtingen (projecties)?
  • Zijn zij ‘in dienst’ van machthebbers, direct of indirect?
  • Hoeveel invloed wordt hen toegestaan of meten zij zichzelf aan om de eigen expert adviezen daadwerkelijk te realiseren in de samenleving?
  • Hebben zij recht en rechtvaardigheid op het oog van burgers, landgenoten?

In de volgende blogpost ga ik verder op deze en andere kwesties in, waaronder het aspect van ‘vals expert advies’. Ik zal dat doen aan de hand van een analyse die collega Helsloot en ikzelf hebben gemaakt van het Gezondheidsraadswerk over blootstelling aan stoffen bij ijzer- en staalgieten.


© 2019. All rights reserved.