Utopia of de zoektocht naar de essentie van deze tijd - I

De utopie is actueler dan ooit. Ik heb daarover een essay in voorbereiding. Deze blogpost bevat een paar openingszetten van mijn essay. Het zal u, waarde lezer, hopelijk duidelijk worden waarom het vooral nu zo belangrijk is de werking van de utopie te doorgronden. Lets begin, shall we!


Utopia is de sublieme, perfecte samenleving van ‘totale harmonie’ tussen burgers onderling, burgers en bestuur, burgers en de wereld (‘natuur en milieu’).

Utopia kan per definitie niet verbeterd of veranderd worden. Het is de perfecte staat van totaal maatschappelijk zijn. Althans, dit is zoals Utopia vaak wordt gedefinieerd en aangeprezen.

De utopie is onlosmakelijk verbonden met de Europese geschiedenis sinds de Middeleeuwen en heeft diepe sporen nagelaten in vooral de 19de en 20ste eeuw.

Ook onze 21ste eeuwse cultuur laat steeds meer trekken zien van utopisch denken. Het is van groot belang die manier van denken te begrijpen.

Utopia is namelijk geen onschuldig gedachte-experiment voortkomend uit romans en verhalen die het startpunt kennen in het meer dan 500 jaar oude Utopia van Thomas More (1478-1535).

Integendeel.

Utopia vormt al eeuwen een radicale voedingsbodem voor totale politieke, sociale, economische, culturele en intellectuele omwentelingen met verstrekkende gevolgen.

More’s Utopia, uitgegeven in Leuven in 1516, is hét historische ijkpunt van de utopie (naast de vele utopische werken die na Utopia zijn verschenen). Daarom gebruik ik More’s boek als uitgangspunt om de kernelementen, de eigenschappen, het karakter van de utopie op het spoor te komen.

Citaten uit More’s boek zijn daarbij noodzakelijke bewijsstukken. Ik zal daar ruimhartig gebruik van maken (met de 2008-uitgave van Athenaeum-Polak & Van Gennep in de vertaling van Paul Silverentand).

De gegeven citaten uit More’s werk schetsten een wonderlijk modern landschap die de oplettende lezer, vermoed ik, zonder al te veel moeite kan plaatsen in deze tijd.

Het woord Utopia is trouwens een woordgrap van More. Het duidt een plaats aan die goed - eu - en nergens - ou - is. Utopia is dus ‘goede nergensplaats’ of ‘nergensland’.

Dat geeft te denken. Tijd om het ‘basismateriaal’ van Utopia te onderzoeken.

Hét kernelement van Utopia dat wellicht het meest in het oog springt is de totaal gedachte maakbaarheid. More beschrijft dat in passages zoals deze:

“Uit de overlevering maar ook uit de natuurlijke gesteldheid van het terrein valt op te maken dat het eiland ooit geen eiland is geweest. Het is Utopus die daarvoor verantwoordelijk is, de succesvolle legeraanvoerder die het eiland zijn naam geschonken heeft (voordien heette het Abraxa) en de lompe boerenbevolking tot hun hoge graad van cultuur en schier onovertroffen beschaving heeft gebracht. Nadat hij namelijk voor het eerst voet aan wal had gezet, had hij in minder dan geen tijd het hele eiland veroverd en liet de landengte van vijftien mijl breed waarmee Utopië aan het vasteland vastzat, uitgraven. Zo vormde hij een eiland waar de zee omheen stroomt. Om te voorkomen dat ze hem vanwege de zware dwangarbeid zouden haten, zette hij hiervoor niet alleen de autochtone bevolking in maar liet ook al zijn soldaten meewerken. Op die manier verdeelde hij het werk over zoveel handen dat het met ongelooflijke snelheid voltooid werd en de buurvolkeren, die aanvankelijk spottend hadden geroepen dat het toch niet zou lukken, met bewondering en angst vervulde.”

Maar er is meer. Niet alleen is de geografie en de natuur van het eiland volledig geconstrueerd, ook de menselijke samenleving van Utopia is tot in detail georganiseerd. Zoals More verteld:

“Het eiland telt vierenvijftig ruim opgezette, schitterende steden met allemaal precies dezelfde taal, gebruiken, instellingen en wetgeving. Ook hun opzet en uiterlijk is overal … hetzelfde. …

Het beschikbare land is zo efficiënt over de steden verdeeld dat elke stad rondom minstens twintig mijl aan bouwland heeft en aan sommige kanten zelfs meer, …. Geen enkele stad heeft de behoefte om zijn grondgebied uit te breiden want ze beschouwen zich meer als rentmeesters dan als eigenaars van het land.

Op het platteland zijn er op regelmatige afstand van elkaar vrijstaande hoeves gebouwd, allemaal voorzien van landbouwgereedschap. Ze worden bewoond door mensen uit de stad die bij toerbeurt daarheen verhuizen. Elke boerengemeenschap bestaat uit minstens veertig mannen en vrouwen, naast twee dwangarbeiders die permanent aan de hoeve zijn toegewezen; over hen wordt een betrouwbaar, ervaren echtpaar aangesteld als heer en vrouw des huizes en over dertig hoeves een opzichter. Jaarlijks verhuizen er twintig mensen van iedere hoeve terug naar de stad als ze hun twee jaar erop hebben zitten en hun plaats wordt ingenomen door twintig nieuwe mensen uit de stad. Op die manier kunnen de nieuwkomers het vak leren van de mensen die al een jaar op de hoeve gewoond hebben en dus meer ervaren zijn in de landbouw; zij kunnen op hun beurt die kennis daarna weer aan de volgende groep doorgeven.”

Een ander kernelement van Utopia is dat zij de gehele samenleving doordrenkt. Er is niets privés in Utopia. Het individu is in Utopia volledig ondergeschikt gemaakt aan de gemeenschap, zoals More duidelijk maakt in onder andere deze passages (nadruk toegevoegd):

“Op vaste tijden in de middag en de avond klinkt er een trompetsignaal en dat is voor alle families het teken om zich met hun staljuw in een van de hallen te verzamelen voor de maaltijd, …, al mag iedereen zonder meer ook levensmiddelen op de markt halen voor eigen gebruik, als de hallen tenminste volledig voorzien zijn. Ze weten namelijk toch wel dat niemand dat zonder zinnige reden zou doen, want ook al staat het iedereen vrij om thuis te eten, er is niemand die dat graag doet. Men vindt dat namelijk niet getuigen van goede manieren en dom: al die moeite om thuis een slechte maaltijd te bereiden terwijl er zo dichtbij een overheerlijke maaltijd in een hal staat te wachten!”

Als iemand wordt opgepakt terwijl hij op eigen houtje buiten zijn eigen regio aan een reis bezig is zonder reisdocument van het staatshoofd, wordt dat beschouwd als een ernstige overtreding en krijgt hij een strenge straf. Als hij het nog een keer waagt, wordt hij tot slavernij veroordeeld. Als iemand daarentegen behoefte heeft om rond te reizen binnen de grenzen van zijn eigen gemeente en hij heeft toestemming van zijn vader en zijn echtgenote is het ermee eens, dan wordt hem geen strobreed in de weg gelegd. Maar waar hij ook terechtkomt op het platteland, hij krijgt pas te eten als hij daar een halve dag gewerkt heeft (meestal ’s ochtends, maar plaatselijk kan het ook om een middag gaan). Onder die voorwaarde mag je overal binnen de grenzen van je eigen gemeente heen gaan, want op die manier ben je niet minder waardevol dan wanneer je in de stad zou zijn.

Nu zien jullie dat je daar nergens maar wat rond kunt hangen; er is nooit een aanvaardbare reden om niets te doen. Er zijn geen wijnhuizen, geen kroegen, nergens bordelen, geen gelegenheden voor misdragingen, geen geheime plekjes en geen besloten bijeenkomsten. Integendeel, het alziende oog van je omgeving maakt het noodzakelijk of je gewone werk te doen of je in je vrije tijd niet onfatsoenlijk te gedragen.”

Het kernelement dat bovenstaande elementen samenbindt is holisme. In Utopia hangt alles met alles samen: persoonlijk en maatschappelijk leven, relaties, wonen, landbouw, voortplanting, werk, maaltijden, godsdienst, industrie, gezinsleven, stedenbouw, dagindeling, enzovoort, worden onder de utopische vlag geschaard.

Niets valt dan ook buiten het utopische bereik. Het volgende citaat geeft een overtuigende indruk van dit holisme (nadruk toegevoegd):

“De samenleving is opgebouwd uit leefgemeenschappen die ze families noemen en waarvan de leden dus voor het overgrote deel verwanten van elkaar zijn. Meisjes worden als ze volwassen zijn geworden en gaan trouwen namelijk opgenomen in de familie van hun man, maar zonen en later kleinkinderen van het mannelijke geslacht blijven in principe hun hele leven bij hun eigen familie en vallen onder het gezag van het oudste mannelijke familielid ….

Om te voorkomen dat de bevolking van de hele stad te veel afneemt of boven een bepaald getal uitgroeit, wordt erop toegezien dat geen enkele van de zesduizend families die elke stad telt …, minder dan tien of meer dan zestien volwassenen heeft, aangezien het natuurlijk niet zo eenvoudig is om grenzen te stellen aan het aantal minderjarige kinderen per familie. Ze handhaven die limiet simpelweg door de mensen die in de ene familie te veel zijn, over te plaatsen naar een familie die er te weinig heeft. Wanneer dan de bevolking van een stad als geheel het toegestane aantal overschrijdt, vullen ze op dezelfde manier het tekort in andere steden aan.

Een enkele keer komt het voor dat de bevolking van het hele eiland buitensporig is toegenomen. Dan worden er in alle steden burgers aangewezen die samen naar het vasteland worden gestuurd om op het dichtstbijzijnde stuk braakliggend land dat door de plaatselijke bevolking verder niet gebruikt wordt, een kolonie te stichten. Deze kolonie krijgt een Utopiaans bestuur ….”

Als de oorspronkelijke bewoners hun gezag weigeren te accepteren, verjagen ze die van het grondgebied dat de Utopianen zichzelf toebedacht hadden; als ze zich daarbij verzetten, aarzelen de Utopianen bovendien niet om geweld te gebruiken. Ze beschouwen het namelijk als een volstrekt legitieme reden om een oorlog te beginnen wanneer een bepaald volk een stuk grond braak laat liggen en er als het ware alleen op papier de eigenaar van is, maar daar anderen ondanks hun natuurlijke recht om het te gebruiken voor hun voedselvoorziening, niet van laat profiteren of het aan hen overdraagt.”

De laatste paragraaf laat zien dat Utopianen geweld niet schuwen. Integendeel. Geweld is een integraal onderdeel van het leven in Utopia. Een paar voorbeelden (nadruk toegevoegd):

“Om de twee dagen vergadert de raad van dorsten met het staatshoofd en soms, als dat nodig is, vaker. Ze bepalen het beleid en als er een geschil is tussen particuliere burgers (wat zeer zelden voorkomt), doen ze zo snel mogelijk uitspraak. Er nemen bij toerbeurt ook twee staljuws deel aan hun vergaderingen. Bovendien bestaat er een wet dat er geen politiek besluit mag worden genomen zonder dat er eerst bij drie gelegenheden in de raad over gedebatteerd is. Wanneer iemand toch buiten de raad of de volksvergadering om probeert zijn politieke plannen te realiseren, riskeert hij de doodstraf.”

“Mensen die hun huwelijk met een verhouding in gevaar brengen worden gestraft met de strengste vorm van slavernij. … “[I]emand die opnieuw de fout in gaat krijgt onherroepelijk de doodstraf.”

“… Je hebt meer aan misdadigers wanneer je ze voor je laat werken dan wanneer ze dood zijn en zo heeft hun straf ook langer een afschrikwekkend effect op anderen die van plan zijn hetzelfde misdrijf te plegen. Alleen als iemand zich tegen deze behandeling verzet en voor moeilijkheden blijft zorgen, brengen ze hem alsnog ter dood, net als je met een wild dier zou doen dat je zelfs met een kooi en kettingen niet in bedwang kunt houden.”

Ten diepste is Utopia een snoeiharde (morele) kritiek op het bestaande maatschappelijke bestel die als mislukt wordt beschouwd.

Alle misstanden en alle ellende van de oude samenleving zullen volledig en definitief overwonnen zijn in de utopische samenleving, zo is de gedachte.

Maar, onder de utopische holistische maakbaarheid van de maatschappij bevindt zich een andere werkelijkheid. Het utopisch gedachtegoed kent een verborgen structuur met een eigen geschiedenis, dynamiek en logica.

Daar gaan we in de volgende blogpost mee verder …


© 2019. All rights reserved.