'Gewel-datig-heid' - Data en Utopia óf de zoektocht naar de essentie van deze tijd - V

‘Gewel-datig-heid’; een wat geforceerde mengeling van de woorden ‘geweld’ en ‘data’. Beiden liggen in elkaars verlengde. Eerst een vraag om de geest te scherpen:

Wat hebben het 1-2-3G beleid (kies maar), het biometrische/COVID paspoort, Yuval Harari’s Dataisme, Kritische Depositiewaarden (KDW), en de film Brazil (1985) van Terry Gilliam met elkaar te maken?

Data, dus!

Het gezegde ‘kennis is macht’ gaat tegenwoordig zeker over ‘data’, en over deze onsamenhangend lijkende voorbeelden.

Maar: onsamenhangend zijn de voorbeelden allerminst.

Het landschap dat Utopia heet, en dat we nu al een tijd met elkaar exploreren, kan niet bestaan zonder data én de monopolie daarop.

Sterker, Utopia reduceert mensen zelf tot datastromen. Dat laatste onderschrift Harari. Hij zou zelfs een ‘data-evangelist’ genoemd kunnen worden.

Het schijnt mij toe dat zijn ‘Dataism’ weleens een onbedoelde waarschuwing aan ons adres kan zijn.

Genoeg om over na te denken. Let’s begin, shall we!


Het lijkt een onverenigbaar paar woorden: data en geweld. Over geweld hebben we het al gehad in deel IV over Utopia. Dit zeg ik er onder andere over, met grote dank aan de ondergewaardeerde Italiaanse filosoof Augusto Del Noce:

… totalitarisme is niet verdwenen met het verscheiden van Hitler en Stalin.

Nee, zegt Del Noce, het totalitarisme blijft bestaan onder voorwaarde van de totale ontkenning van rationaliteit zelf.

Maar, hoe werkt dat?

Okay: als iemand rationele kritiek heeft op de ‘powers that be’, wordt die kritiek, a priori onder uitsluiting van elke vorm van rationaliteit, verstaan als niets anders dan belangenkritiek of -behartiging.

Ontkenning van rationaliteit. Laten we dat behoorlijk pittige perspectief van Del Noce eens loslaten op ons data-fetisjisme.

Geen misverstand: wetenschappelijk onderzoek, zeker van het empirische soort, levert veel belangrijke en nuttige data op. We gaan er natuurlijk van uit dat het onderzoek goed is opgezet én uitgevoerd.

Maar, daarmee zijn we er bij lange na niet!

De context van onderzoek, en de beoogde (niet hetzelfde als de verkregen) resultaten zijn essentieel in het begrijpen van de data.

Laat ik dat eens uitleggen aan de hand van een vakgebied dat ik een beetje ken: de toxicologie, de leer van de vergiften.

Er is in de loop van de tijd veel onderzoek gedaan, met proefdieren, naar de veelzijdige giftigheid op verschillende tijdsintervallen van tal van chemische stoffen.

Ik laat de ethiek van dergelijk onderzoek hier voor wat het is. Niet omdat dat onbelangrijk zou zijn, maar omdat ik niets anders dan een stukje historie beschrijf.

Veel onderzoekers deden pogingen uit te zoeken wat blootstelling aan chemische stoffen zou kunnen betekenen voor mensen die aan diezelfde stoffen worden blootgesteld.

Dus, vele miljoenen ratten, muizen, hamsters, enzovoort zijn gebruikt in toxicologisch onderzoek: doseer een hoeveelheid van een bepaalde stof in het eten/drinken en kijk wat voor ziekte - kanker is een gewild eindpunt - de proefdieren krijgen na een bepaalde blootstellingsduur.

Vraag: welke dosering geef ik een proefdier? Antwoord: idealiter een dosering die overeenkomt met normale menselijke blootstelling.

Helaas. Dat gebeurde niet. Proefdierdoseringen liggen veelal factoren hoger dan menselijke ‘echte-wereld-blootstellingen’.

Waarom?

Nou, onder andere omdat de levensduur van proefdieren veel korter is dan mensen. Om effecten waar te nemen binnen een veel korter tijdsbestek zijn hogere doses nodig.

Daarnaast, en dit heb ik van een Amerikaans toxicoloog van naam en faam, moet er ook wat te ‘zien’ en te publiceren zijn.

Immers: de claim dat er alweer een chemische stof, bijvoorbeeld aangetroffen in onze voeding, experimenteel kankerverwekkend is bevonden, is altijd ‘breaking news’.

Daar krijgen wij, bange wezens als we zijn, nooit genoeg van.

Vraag: Hoe betekenisvol is al die ‘kankerdata’, afkomstig van proefdieren blootgesteld aan (hele) hoge doses stoffen, voor ons eigenlijk?

Nou, niet helemaal betekenisvol. Of wellicht: helemaal niet.

De ‘kankerdata’ verkregen uit hoge-doses-experimenten geven te weinig inzicht in de werkelijke risico’s voor mensen die normaliter aan heel veel lagere hoeveelheden van betreffende chemicaliën worden blootgesteld.

Al in 1990 verzuchtte Bruce Ames en collega Lois Swirsky Gold niet voor niets dat er ‘too many rodent carcinogens’ zijn vanwege deze onfunctionele experimentele opzet.

Tijden zijn veranderd, en experimenteel toxicologisch werk is er behoorlijk op vooruit gegaan.

Maar: de sociaal-maatschappelijke schade is al geschied, en onze chemofobie, deels terug te voeren op dit (achterhaald) soort onderzoek, onuitwisbaar.

Dat maakt data, en het grenzeloos verzamelen daarvan, ook zo enorm hachelijk. Het is de illusie van precisie dat ons parten speelt, en dat op een hele grote schaal.

Meer dan dat: onze datapakhuizen vol met gegevens van allerlei aard suggereren dat we de wereld helemaal doorgronden en stuurbaar kunnen maken, wellicht niet nu, dan wel straks.

Het mogelijke resultaat is dat je uitkomt bij Harari’s dataïsme, zoals hij zelf in zijn Homo Deus verwoordt (nadruk toegevoegd):

“Wil je echt weten wie je bent?’ zegt het dataïsme. ‘Laat die bergen en musea dan maar zitten. Heb je je DNA al laten onderzoeken? Nee?! Waar wacht je dan nog op? Ga dat als het even kan vandaag nog doen. En zorg dat je grootouders, je ouders, broers en zussen ook hun dna laten checken, want aan hun informatie kun je ook heel veel hebben. En heb je al gehoord van die draagbare biometrische sensorgadgets die dag en nacht je bloeddruk en hartslag meten? Mooi, ga er dan meteen een kopen, doe hem om en verbind hem met je smartphone. En als je toch aan het winkelen bent, koop dan meteen een mobiele camera met microfoon, neem alles op wat je doet en zet het online. En laat Google en Facebook al je e-mail lezen, al je chats en berichten volgen en al je likes en je surfgedrag bijhouden. Als je dat doet, kunnen de geweldige algoritmen van het Internet der Dingen je vertellen met wie je moet trouwen, wat voor beroep je moet kiezen en of je een oorlog moet beginnen.’”

Hoewel Harari na deze ontboezeming weer snel terugkrabbelt - “… misschien ontdekken we ook wel dat organismen uiteindelijk toch geen algoritmen zijn” - is zijn punt gemaakt.

Want de Google’s en Facebook’s van deze wereld geloven hartstochtelijk in Dataïsme en de ‘zegeningen’ die daarbij horen; voor de aandeelhouders en directeuren wel te verstaan.

Dat brengt ons bij de ‘neutraliteit’ van dit alles.

Want de term ‘data’ suggereert ‘feitelijk’, ‘precisie’, ‘amoreel’ (niet immoreel!), ‘apolitiek’, enzovoort.

En dat is een leugen.

Ten eerste, data verzamelen is een doel op zich geworden vanuit de optiek dat het macht geeft aan de verzamelaar.

Gekoppeld aan de idee-fixe dat data volledig inzicht zou geven in ‘alles’ (sciëntisme; de vloek van onze tijd), verdwijnt de geroemde ‘data-neutraliteit’ als sneeuw voor de zon.

Een treurig dieptepunt is het conflict tussen The BMJ en Facebook. Sinds een recente update van mijn hand, heeft The BMJ opnieuw van zich laten horen: Facebook versus the BMJ: when fact checking goes wrong (met nadruk):

“We should all be very worried that Facebook, a multibillion dollar company, is effectively censoring fully fact checked journalism that is raising legitimate concerns about the conduct of clinical trials. Facebook’s actions won’t stop The BMJ doing what is right, but the real question is: why is Facebook acting in this way? What is driving its world view? Is it ideology? Is it commercial interests? Is it incompetence? Users should be worried that, despite presenting itself as a neutral social media platform, Facebook is trying to control how people think under the guise of ‘fact checking.’

Ik denk dat het veel simpeler is dan The BMJ denkt: macht. Facebook cs willen de wereld vormen naar eigen wensen en verlangens.

Factchecken is niets anders dan een vorm van intimidatie. Knoop die in de oren, waarde lezers!

Ten tweede, data verzamelen met een specifiek doel suggereert betere en nauwkeuriger sturing. Op zich is dat waar, maar met een forse hoeveelheid kwalificaties.

Data verzamelen kan heel gemakkelijk ontsporen, zoals we hebben gezien in de toxicologie. Hetzelfde fenomeen is waarneembaar bij de KDW thematiek.

Laat ik de ‘stikstof-natuur logistiek’, sterk versimpeld en zonder mitsen en maren (!), aan u, waarde lezer, voorleggen:

Gemeten concentraties stikstofverbindingen in de atmosfeer, gekoppeld aan emissieregistraties van bedrijven, vormen gezamenlijk input voor het model AERIUS, dat stikstofdeposities modelleert die vervolgens worden ‘getoetst’ aan habitat-specifieke KDW, waarmee het actuele risicoprofiel van de blootgestelde natuur wordt vastgesteld.

Ik laat hier de wetenschappelijke ontstaansgeschiedenis van de KDW voor het gemak met rust. Die heb ik elders besproken, althans de aanloop daartoe.

Als we de KDW ook aan onderzoek onderwerpen, dan is de ‘stikstof-natuur logistiek’ nog vele malen langer; en heel veel onzekerder. Heel veel!

Dan blijft bij al dat stikstofdatageknutsel weinig precisie over, om nog maar te zwijgen over de natuurfunctionaliteit daarvan. Die is er niet of nauwelijks.

En toch ligt er 25 miljard van ons allen op de plank om via deze stikstofdatastroom de instandhoudingsdoelstellingen voor Nederlandse natuur te realiseren, onder andere via onteigening.

Zo wordt net zoals bij de Facebook-The BMJ ruzie data als tool gebruikt om gewelddadig op te treden tegen mensen door te censureren en daarmee een vals wereldbeeld te creëren.

Het is des te treuriger dat een zeer recente studie van nota bene Johns Hopkins het volgende concludeert ten aanzien van lockdowns (met nadruk):

“… lockdowns have had little to no public health effects, [while] they have imposed enormous economic and social costs where they have been adopted. In consequence, lockdown policies are ill-founded and should be rejected as a pandemic policy instrument.”

Er moet hier bedacht worden dat sociaal-economische schade gezondheidsschade is. Maar dat kan blijkbaar weinigen interesseren.

Datamonopolies, censuur, dwingende wereldbeelden en sociaal-economische dwang. We zijn weer volop beland in de hel die Utopia heet.

Wat al die data nooit kan is een mens werkelijk ‘aanzien’. Data zijn betekenisloos zonder ons, omdat wij betekenis-ontdekkende wezens zijn.

De film Brazil, gesitueerd in een geheel gebureaucratiseerde en daarmee zeer inefficiënte en gewelddadige samenleving, maakt dat pijnlijk duidelijk.

Een ‘bug’ (letterlijk een insect) in het systeem veroorzaakt een tragische persoonsverwisseling tussen een onschuldige burger genaamd Buttle en terrorist-loodgieter (hilarisch goede vondst!) Harry Tuttle.

Buttle wordt gearresteerd en komt om tijdens de ondervraging. De hoofdpersoon in de film, Sam Lowry, gaat op onderzoek uit om de zaak op te helderen, maar gaat uiteindelijk kapot aan de bureaucratische gewelddadigheid.

Immers: fouten kunnen niet gemaakt worden!

En als er wel fouten worden gemaakt, wat niet kan, dat ruim je alles en iedereen ‘op’ die daarmee van doen heeft!

Brazil is een film van een bijzondere filmmaker die ons een spiegel voorhoudt: blindelings vertrouwen op data is de dood in de pot; letterlijk.

Data is zonder ratio of orde; betekenis- en zielloos. Zo niet mensen! Dat horen we altijd in het vizier te houden.


© 2019. All rights reserved.