Van depressies en de menselijke geest

Laatst een boeiend gesprek gehad met twee collega’s. Er kwam van alles en nog wat ter tafel, waarvan depressiviteit één onderwerp was. Gezellige kost bij de introductieweek van de University College waar ik werkzaam ben, niet waar?

Desalniettemin, ik kom niet los van deze lastige en verdrietige thematiek. Temeer ook omdat ikzelf er iets - een snipper - van ervaren heb. De ‘aanleiding’ voor mij - bijwerking is een beter woord - was prednison, want ernstige asthma aanval, dit jaar alweer 35 jaar geleden.

Ik herinner mij een sterk besef van doodsheid in mij; een overheersende zinloosheid die ik nooit eerder had gekend. Toen ging bij mij een ‘lampje’ branden: zo bén ik helemaal niet!

Die reflectie was aanleiding om mijn ‘depressieve gevoelsleven’ te observeren en een poging te wagen ervan los te komen. Na verloop van tijd werd de medicatie afgebouwd en verdween uiteindelijk de depressie als uitgewerkte bijwerking.

Los van mijn minuscule ‘ervaringsdeskundigheid’, heb ik mensen uit mijn naaste omgeving gekend die zichzelf van het leven hebben beroofd als gevolg van depressiviteit.

Eén van mijn zeer erudiete collega-gesprekspartners, met heel erg veel medische kennis én hulpverleningservaring met depressiviteit, merkte op dat er een fundamenteel verschil bestaat tussen het hebben van een depressie en het depressief zijn.

De vereenzelviging met de depressieve staat maakt dat het heel erg moeilijk is om daar uit te ontsnappen dan, voor sommigen, via de zelfgekozen dood. Ik vroeg mij af tijdens het gesprek: waarom de dood?

Wat een domme vraag van mij.

Wat biedt de dood boven het leven? Datgene wat er niet meer is/kan zijn: rust. De drang tot zelfvernietiging komt voort uit ‘dit’ niet meer willen/kunnen dragen.

Dus: de wanhoop die voortkomt uit de depressieve gedachtencirkel kan alleen worden doorbroken, zo is de gedachte, met de zelfgekozen dood. Dan stopt alles, is de overtuiging. Het is niet zozeer dood willen; dít leven is ondraaglijk geworden.

Apoptose - het normale proces van de geprogrammeerde celdood - kwam vervolgens ter tafel. Elk biologisch systeem dat teveel gestrest wordt gaat kapot, gaat dood.

Zo ook met mensen die depressief zijn, was onze denklijn in het gesprek: het brein wordt zodanig gestrest dat afsterven de enige biologische uitweg is/lijkt. Het doelbewust levensbeëindigend handelen is als het ware de ‘systemische apoptose’.

Deze zienswijze, hoewel fysiologisch interessant, roept bij mij filosofische aarzeling op.

Immers, mijn ‘depressieve ik’ moet in actie komen om de ‘apoptose’, mijn dood, tot stand te brengen. Het gaat dus niet om ‘automatisch’ gereguleerd afsterven; het is actief handelen om te kunnen sterven.

Disclaimer: wat nu volgt is zeker geen hulpverleningshandleiding, zo ik dat überhaupt zou kunnen produceren (niet dus!), maar meer een ‘fauteuil reflectie’ van iemand die niet depressief is. Ik heb alleen, zoals gezegd, een splinter ervaringsdeskundigheid (maar daar help je niemand mee).

Wat maakt dat een depressieve persoon ervan overtuigd raakt dat de dood niet-zijn is?; dat de dood als het totale verdwijnen, het finale en eeuwigdurende einde van alles is, inclusief en bovenál de allesoverheersende depressieve staat?

Het antwoord kan, zoals gezegd, alleen maar zijn dat betreffende persoon wanhopig is, rust wil en dus dat drastische perspectief van de dood omarmt, ‘theoretisch’ en soms, heel verdrietig, praktisch.

De zevendaagse stilte van de vrienden van Job is hier meer dan op z’n plaats.

De stilte uiteindelijk doorbreken is heel riskant, zo waarschuwt ons het boek Job, maar ook onvermijdelijk. Er dringt zich namelijk een cruciale kwestie op: hoe moet de dood in dit alles dan begrepen worden?

Is de materialistische filosofie van Democritus (5de eeuw B.C.), die we in onze tijd omarmt hebben (zie bijvoorbeeld mijn blogpost Amorele moraliteit), de zienswijze dat troostrijke potentie biedt?:

Intellect: “Color is by convention, sweet by convention, bitter by convention; in truth there are but atoms and the void.”

In theoretische zin beantwoord dit alomtegenwoordige perspectief op leven en dood - wij zijn niets anders dan een complex samenspel van bewegende moleculen - aan het verlangen om niet-te-zijn, te verdwijnen.

Het lijkt een ‘veilige en begaanbare’ weg voor diegenen die leven als ondraaglijk ervaren.

Als deze materiële zienswijze echter misplaatst, dus incorrect, zou zijn, vraagt dat een transformatie van denken van niet-geringe omvang. Democritus zelf had al weet van de zwakte van zijn vorm van materialisme:

“Senses: “Wretched mind, from us you are taking the evidence by which you would overthrow us? Your victory is your own fall.”

Met andere woorden, hoewel wij als mensen al bij leven lijken te verdwijnen in het materialisme, zijn nu juist ons denkvermogen en onze perceptie spelbrekers daarvan.

Tegelijkertijd, en ironisch genoeg, zijn beiden noodzakelijk om dat ‘atomistische’ materiële perspectief te blijven voeden. En daar wringt nu juist de schoen.

Heel in het kort: wat omarm je als mens? Leven als fundament van ons bestaan of de dood? Preciezer: zijn wij als levende mensen niets anders dan een vreemde aberratie van dode materie, of is de dood een misvormde afwijking van het leven zelf?

De keus tussen beiden is geenszins een brute wilsbeslissing in de trant van Hoc volo, sic iubeo, sit pro ratione voluntas. “Dit wil ik, zo beveel ik het en mijn wil zij (u) een voldoende reden” (Juvenal c.ad 60–c.140). Geen ‘wilskrachtig’ fideïsme dus!

We hebben heel veel meer nodig dan dat.

Vele denkers na Democritus hebben, gelukkig, vraagtekens geplaatst bij het atomistische materiële perspectief op ons bestaan, waaronder, verrassend, de fysicus Erwin Schrödinger.

Natuurlijk, de depressieve lijdende medemens zal dit alles laten passeren.

Maar, een samenleving die opstaat uit de doodsheid van het materialisme draagt wellicht ongekende mogelijkheden in zich tot herstel van diegenen die lijden onder depressiviteit. Wellicht, wellicht …:

“There’s a river of love that runs through all time

But there’s a river of grief that floods through our lives

It starts when a heart is broken in two

By the thief of belief in anything that’s true

But there’s a river of love that runs through all time

There’s a river of love that runs through all time

But there’s a river of tears that flows through our eyes

We fight through the night for freedom as it fades

Into a jail where we fail everytime we make a break

But there’s a river of love that runs through all time …”

River of Love - T-Bone Burnett


© 2019. All rights reserved.