Natuurlijke verwarring - Een open brief aan minister Carola Schouten

Update - U, waarde lezer, raadt het al: ik heb tot op heden geen antwoord mogen krijgen van de minster op mijn beleefd en dringend schrijven. Maar dat kan nauwelijks als update-waardig nieuws worden beschouwd!

Desalniettemin: ik heb mijn gedachten laten gaan over Nederlandse natuur en het onteigeningsperspectief dat besloten ligt in het ontwikkelende stikstofdiscourse.

Onteigenen. Wat zijn de grondslagen daarvan? Ik verwijs naar een website van de overheid zelve (nadruk in origineel):

“Onteigening is alleen mogelijk als de overheid met het plan aantoonbaar het algemeen belang dient. De overheid mag het belang niet op een andere manier kunnen realiseren.

Onteigening mag alleen onder strikte wettelijke voorwaarden, omdat eigendom een fundamenteel recht is.

Diegene die te maken krijgt met onteigening, heeft recht op een volledige schadeloosstelling (schadevergoeding).”

Algemeen belang én aantoonbaarheid dus. Dat roept vragen op die de minister moet beantwoorden wil onteigenen op z’n minst juridisch succesvol zijn. En dat is wel het meest treurige minimum dat er kan zijn.

Ik wil u, excellentie, graag helpen bij enkele vragen die bij de kwestie ‘onteigenen’ en ‘algemeen belang’ sowieso beantwoording behoeven:

  1. Kan beoogde natuur aantoonbaar gerealiseerd worden, binnen 30 jaar(!), vanuit het perspectief van onteigening van landbouwgrond? (Mijn deelantwoord: nee! De flagrante discrepantie tussen AERIUS-wensnatuurkaarten en de feitelijk aanwezige natuur maakt dit op voorhand de facto onmogelijk.)
  2. Zijn Kritische Depositiewaarden (KDW) adequate maatstaven om voorspellend beoogde natuur te realiseren na onteigening? (Mijn antwoord: nee!)
  3. Zijn er, gezien de wettelijke onteigeningskaders, andere wegen te bewandelen om beoogde natuur te realiseren dan via het onteigeningstraject?
  4. Is natuur ‘algemeen belang’ of toch specifiek belang (van milieu-NGO’s en andere ‘special-interest groups’, energiemaatschappijen, ministeriële/staatsmacht, en dergelijke)?

Excellentie, laat ik het bij deze vier vragen laten. U hebt al genoeg op uw bordje liggen, waaronder een formatie van een nieuw kabinet. Geen sinecure lijkt me.

Neemt niet weg dat het begrip ‘algemeen belang’ een duidelijk dienend perspectief in zich draagt, zeer passend bij uw partij.

Dus: wordt de Nederlandse bevolking gediend met uw plannen?

Dat is de vraag waar u een bevestigend antwoord op moet formuleren, als dat überhaupt mogelijk is. Ik wens u daarbij veel wijsheid en kracht, en wellicht ook goed advies.


Uwe Excellentie, beste mevrouw Schouten,

Deze open brief aan u is, wat mij betreft, eigenlijk al wat aan de late kant. Wellicht zit u niet te wachten op mijn schrijven maar ik wil graag een aantal gedachten over natuur, stikstof en landbouw met u delen.

Kortom, de kaarten op tafel. Laat ik met het volgende beginnen (nadruk toegevoegd):

“Stikstofgevoelige natuur wordt in AERIUS zichtbaar gemaakt overal waar het is gekarteerd onder verantwoordelijkheid van de bevoegde instanties. Dat betreft dus ook voor een belangrijk deel privaat eigendom. Dat is noodzakelijk om te kunnen voldoen aan de wettelijke verplichting om passende en instandhoudingsmaatregelen te treffen en om significante effecten uit te sluiten, gelet op de instandhoudingsdoelstellingen van elk Natura 2000-gebied.

Het zichtbaar maken van stikstofgevoelige natuur in AERIUS gebeurt concreet door per hectare te vermelden welke habitattypen en (overige stikstofgevoelige) leefgebieden van soorten voorkomen en wat daarvan de kritische depositiewaarden zijn. Deze informatie wordt aangeleverd door de bevoegde instanties.

Een habitatkaart maakt alleen zichtbaar waar de habitattypen en (overige, stikstofgevoelige) leefgebieden, die op grond van het aanwijzingsbesluit zijn beschermd, zich concreet bevinden - en waar niet. Dat gebeurt op een objectieve, wetenschappelijk-technische manier. Het is dus geen juridische of beleidsmatige beslissing, maar een weergave van de feitelijke situatie.

Dit zijn uw woorden zoals staan opgetekend in uw reactie van 23-11-2020 op de vragen van Kamerlid Geurts (CDA) over het bericht ‘Column: Democratische vraagtekens over bijplussen stikstofnatuur’.

U hebt het hier dus over stikstofgevoelige natuur zoals die zich, wetenschappelijk vastgesteld, feitelijk voordoet in Nederland en waar de AERIUS programmatuur, volgens uw antwoord, mee ingesteld is om stikstofdepositie én overschrijdingen van kritische depositiewaarden (KDW) vast te stellen.

Naar uw zeggen zijn habitatkaarten in AERIUS wetenschappelijke producten die feitelijke en actuele toestanden weergeven. Tot zover lijkt alles duidelijk.

We gaan een klein jaar vooruit in de tijd.

Op 24 september jl. komt u met Beantwoording vragen schriftelijk overleg AERIUS Calculator en wijziging stikstofregistratiesysteem. Tot mijn stomme verbazing zegt u hierin het volgende (nadruk toegevoegd):

“20. De uitkomsten van AERIUS Calculator worden in hoge mate bepaald door de kartering van stikstofgevoelige natuur. Hoe actueel zijn de karteringen van de habitattypen, de stikstofgevoelige leefgebieden en de zoekgebieden? Worden de karteringen van bovengenoemde gebieden gecontroleerd? Door wie en met welke frequentie?


De habitattypen- en stikstofgevoelige leefgebiedtypenkaarten die zijn aangeleverd voor AERIUS Calculator betreffen in het algemeen de situatie ten tijde van aanwijzing als Natura 2000-gebied. Een habitatkaart wordt eens in de twaalf jaar compleet herzien en elke zes jaar partieel herzien als daar volgens de voortouwnemer aanleiding toe is vanwege nieuwe inventarisatiegegevens. Herziene kaarten zijn bruikbaar voor AERIUS indien de oppervlakten van de beschermde habitattypen en leefgebieden niet zijn afgenomen, dit om te voorkomen dat door gebruik van een nieuwe kaart indirect het verslechteringsverbod niet zou worden gehandhaafd. Het opstellen van de habitatkaarten wordt door de voortouwnemers uitgevoerd volgens de afspraken zoals opgenomen in de Werkwijze Monitoring Beoordeling Natuurnetwerk – Natura 2000 (zie www.bij12.nl). Voor de informatievoorziening daarvoor wordt in de regel gebruik gemaakt van onafhankelijke adviesbureaus.”

Vergis ik mij als ik constateer dat habitatkaarten In AERIUS niet de wetenschappelijk vastgestelde feitelijke actuele situatie weergeven, zoals u dat in 2020 liet noteren, maar een ‘juridische ‘werkelijkheid’ beschrijven ter omzeiling van het zogenaamde verslechteringsverbod?

Mijn onnavolgbare collega Rotgers heeft op z’n minst laten zien dat er discrepanties bestaan tussen de AERIUS-kaarten en de zogenaamde natuurbeheerkaarten. Twee voorbeelden laten dat zien:

Uw antwoord op deze kwestie is op z’n minst te karakteriseren als vaag en ontwijkend, zoals te lezen valt in Beantwoording vragen schriftelijk overleg AERIUS Calculator en wijziging stikstofregistratiesysteem (nadruk toegevoegd):

Een deel van de herstellende hoogvenen bestaat uit begroeiingen die hetzelfde beheer vergen als vochtige of als droge heide. In zulke gevallen kan de beheerder voor dat type beheer een SNL-subsidie aanvragen met behulp van de natuurbeheerplankaart. Die beheerplankaart heeft dus een praktische indeling die relevant is voor het beheer, maar die verder geen betekenis heeft als kartering van aanwezige habitattypen.”

Dan alleen dat actieve/herstellende hoogvenen, zoals ingeplugd in AERIUS, een kritische depositiewaarde (KDW) van 500 mol N/ha/jaar hebben, een per definitie onhaalbare en daarmee irreële doelstelling.

Vochtige heiden (hogere zandgronden) hebben een KDW van 1.214 mol N/ha/jaar; vochtige heiden (laagveengebied) hebben een KDW van 786 mol N/ha/jaar; droge heiden hebben een KDW van 1071 mol N/ha/jaar.

AERIUS werkt dus in deze en wellicht andere gevallen met ‘wenshabitats’ met de laagste KDWs, waardoor natuurbeleid een zinloze exercitie wordt, behalve dan voor diegenen die veel publiek geld incasseren aan kansloze ‘natuur’, gekoppeld aan miljardenverslindende overheidsuitgaven om agrariërs van hun land te ontdoen.

AERIUS vervangt dus de heide die er werkelijk staat, en die er volgens de ambitie van de natuurbeheerder ook móet staan, met gefabuleerd hoogveen met een veel lagere KDW.

Het is maar de vraag of dit allemaal door de beugel kan, excellentie.

De Interpretation Manual of European Union Habitats, die juridisch als begeleidend document geldt voor de Habitatrichtlijn (zie Annex I), zegt het volgende over herstellende hoogvenen (p. 83-84; nadruk toegevoegd):

“Sites judged to be still capable of natural regeneration will include those areas where the hydrology can be repaired and where, with appropriate rehabilitation management, there is a reasonable expectation of re-establishing vegetation with peat-forming capability within 30 years. …”

In het Nederlandse rapport Kartering van de habitattypen Actief en Herstellend hoogveen in Nederland daarentegen, wordt zonder pardon deze Europese voorwaarden voor dit type habitat opzij geschoven (p. 103; nadruk toegevoegd):

“In Nederland gelden de Nederlandse profielendocumenten (bijlagen 3 en 4). We gaan dus niet kijken naar de Europese Manual tenzij de rechter dat bepaalt. In de Europese Manual wordt in H7120 gesproken over peatforming – veenvormende vegetatie. In de Nederlandse profielendocumenten is dat geen criterium, dus kijken we daar niet naar.

Dat maakt de weg vrij om bestaande heidevelden in Aerius te karteren als gefantaseerd hoogveen. Excellentie, bepalen niet-gekozen Nederlandse ambtenaren ex cathedra wat wel en niet in Nederland aan natuur aanwezig is, los van het feit of die natuur er feitelijk is? En zijn habitatontwikkelingen niet tijdsgebonden, zoals Europa stelt?

De EU-interpretation manual bevat niet slechts vrijblijvende aanwijzingen, excellentie. Zoals de EC volstrekt helder reageerde op vragen van collega Rotgers (nadruk toegevoegd):

“The EU INTERPRETATION MANUAL OF EUROPEAN UNION HABITATS (EUR 28, April 2013, EUR27 (europa.eu)) is a Habitats Committee document and therefore approved by the Committee that is set up under Article 20 of the Habitats Directive. All EU Member States are members of this Committee. The Manual is also referenced in the legal text of the Habitats Directive (at the beginning of Annex I). … Member States should thereby not limit or restrict the EU definition geographically or to a sub-type by more demanding requirements than those in the Manual as this would undermine the EU-level approach to the conservation of that habitat type.”

Moet de rechter hier aan te pas komen om orde op zaken te stellen in dit troebele dossier? Of moet ‘alles’ toch wijken voor ‘wensnatuur’? Dat laatste zou een vorm van afgoderij zijn.

Willen wij in Nederland daadwerkelijk meters maken met natuur/stikstof beleid, dan zal in ieder geval schoon schip gemaakt moeten worden met de vele mystificaties rondom werkelijk bestaande habitats en de wijze waarop die effectief beheerd moeten worden.

Daarnaast zal met de obsessie met stikstof gebroken moeten worden.

Nederlandse natuur gaat er niet zomaar op vooruit als de stikstofdepositie zou dalen, zeker in het licht van onhaalbare KDWs voor bepaalde habitattypen, zoals herstellend hoogveen.

En: effectief natuurbeleid vraagt om een inhoudelijke en transparante kosten-baten analyse, in lijn met de motie Geurts-Harbers.

Ik hoop van harte dat deze brief een stukje inzicht geeft in een deel van het stikstof/natuur dossier dat uw inhoudelijke regie hard nodig heeft.

Met de meeste hoogachting,

Jaap C. Hanekamp


© 2019. All rights reserved.