De roep om oplossingen

Dit hoor ik vaker: je kunt wel kritiek hebben op van alles en nog wat, maar hoe moet het dan wel? Welke oplossingen stel jij (ondergetekende dus) voor? Leuke vragen. Zeker! Maar vele adders schuilen onder het groene gazon.

Zonder meteen specifieke onderwerpen bij de kop te pakken, is de eerste klap een daalder waard: waar hebben we het precies over?

Dat is een kennistheoretische (epistemische) vraag, geen retorische. Een vraag dus die op zoek is naar kennis en niet een mening of een gedachte of een gevoel. Of erger: een meerderheidsstandpunt dan wel draagvlak …

Dus: een oplossing ‘voor iets’ behoeft eerst een antwoord op de vraag wat dat ‘iets’ dan precies is.

Maar pas op: zo gauw het woord ‘probleem’ wordt gebezigd om dat ‘iets’ aan te duiden, is het a priori al gekarakteriseerd als een probleem.

Dat heet ‘framing’, beter bekent als valsspelen. Toehoorders worden semantisch voorbereid op een ‘probleem’ dat die titel nog niet eens kan dragen. We kunnen hooguit, en preciezer, het woord ‘vraagstuk’ gebruiken.

Vraagstuk dus. Okay. So far so good. Hoe nu verder? Welk keuzes maken we uit talloze ons omringende ‘ietsen’?

Welke bombarderen we tot vraagstukken die onderzoek/analyse behoeven en wellicht verheven moeten worden tot problemen? En dan moeten worden opgelost! Bij dezen het (post)moderne ‘beslisboompje’ (er zijn varianten hierop mogelijk):

  • Kies een ‘iets’ en verhef dat tot vraagstuk.
  • Kies een analysemethode (‘fact-finding’, discussiepanel, enquête (onder burgers/politici/ bestuurders/wetenschappers), wetenschappelijk onderzoek, ‘Man bijt hond’ interviews, enzovoort).
  • Doe een ‘risico analyse’.
  • Beslis of het gekozen ‘iets’ een probleem is.
  • Doe voorstellen tot oplossingen van het probleem.
  • Analyseer of de oplossingen het probleem meetbaar tackelen.

Nu wordt het een stuk moeilijker. Wat valt er op ons netvlies? Welk thema prikkelt de zintuigen? Wat moet worden rechtgezet?

Nou ja, simpel toch! Die vraagstukken die have en goed, onze gezondheid, veiligheid, toekomst, welvaart, welzijn, kinderen, kleinkinderen, enzovoort kunnen bedreigen.

Voorbeelden te over: klimaatverandering, luchtvervuiling, stikstof (weet u nog?), PFAS (wat was dat ook al weer?), en, oh ja, COVID-19.

Die laatste zet het ‘beslisboompje’ hierboven op z’n kop. Hoewel we vaker pandemieën hebben gezien en ondergaan in de afgelopen eeuwen, schittert in de reacties op deze infectieziekte ons onvermogen om adequaat met een reëel en acuut probleem om te gaan.

(Brede maatschappelijke afwegingen worden nog steeds niet gemaakt! Bedenk ook dat analyses van effectiviteit en efficiency van oplossingen zelden worden uitgevoerd. Feitenkennis is zo’n spelbreker.)

Infectieziektes zoals COVID-19 hebben zo’n ‘beslisboompje’ niet nodig. Sterker, de huidige pandemie zet de route naar een ‘gasloze’ Nederlandse samenleving (een ‘beslisboompje iets’), bijvoorbeeld, in een ijskoud daglicht. Zoals de Rekenkamer recent loepzuiver en snoeihard opmerkte:

“De minister van BZK heeft voor het Programma Aardgasvrije Wijken een bestedingsplan ingediend bij de minister van Financiën. In dat bestedingsplan stond dat met € 435 miljoen in de periode 2018-2027 50.000 woningen aardgasvrij zouden worden gemaakt. Daarmee ging de minister van Financiën akkoord en kwam het geld vrij voor besteding. Maar dat doel werd later aangepast. Aan de Tweede Kamer meldde de minister dat het belangrijkste doel van het programma was om te leren over het aardgasvrij maken van wijken. De Algemene Rekenkamer constateert in het verantwoordingsonderzoek 2019 dat het bestedingsplan, de begrotingen, het jaarverslag van het Ministerie van BZK en antwoorden op Kamervragen telkens andere doelen noemen. Het is onduidelijk welke doelen de minister op enig moment wel nastreeft en welke niet of niet meer.

In de periode 2018-2019 is circa € 150 miljoen besteed aan het programma. Het plan was om aan het einde van die periode al ruim 2.000 woningen aardgasvrij te hebben gemaakt. De Algemene Rekenkamer constateert dat eind 2019 slechts enkele woningen daadwerkelijk aardgasvrij zijn gemaakt. Volgens de minister zou het programma leiden tot een vliegwiel. Gemeenten zouden samen met de betrokken partijen op een steeds grotere schaal in staat zijn te starten met het aardgasvrij maken van wijken. Wat dat vliegwiel is en uit welke concrete maatregelen het bestaat, maakt de minister naar oordeel van de Algemene Rekenkamer niet duidelijk.”

Dus … 150 miljoen euro om enkele huizen ‘aardgasvrij’ te maken. Daar hadden heel wat zeer functionele IC’s voor geconstrueerd kunnen worden. Laat ik deze twee zaken eens tegenover elkaar plaatsen in causale vorm:

  1. ‘Aardgasvrije’ woningen dragen bij aan het terugdringen van kooldioxide uitstoot dat invloed heeft op de temperatuurstijging in de wereld;
  2. IC’s kunnen mensen met COVID-19 en andere ernstige zieken in leven houden.

De causale keten van nummer 1 is enorm lang en grotendeels gebaseerd op modellen. De causale keten van nummer 2 is heel kort en empirisch.

Wat maakt dat onze blik vooral op 1 is gefocust en nauwelijks op 2, tenzij de nood aan de man komt natuurlijk? (Ik laat brute minachting voor het leven van Nederlandse burgers buiten beschouwing.)

Er zijn een aantal antwoorden mogelijk, waarvan de utopische maakbaarheidsgedachte (zie mijn dissertatie uit 2015) gecombineerd met een groot gebrek aan robuust begrip van de werkelijkheid sterke papieren hebben.

Maakbaarheid van de samenleving heeft de roze bril nodig van een wereld die ‘zich (voorspelbaar) gedraagt’ en ‘van nature deugt’ (zie mijn Bregman-reeks). Dat heet met een duur woord relativisme, zoals puntig geformuleerd in Without Roots: Europe, Relativism, Christianity, Islam:

“… to proclaim that there are no grounds for … values and no solid proof or argument establishing that any one thing is better or more valid than another.”

Dat maakt dat we een steeds sterkere afkeer hebben van de wereld zoals die is. Sterker, dat idee lijkt afschrikwekkend en daarmee onwenselijk. (Als het niet zo treurig is, is dat eigenlijk erg heel grappig.)

Wij en de wereld behoren kneedbaar te zijn naar eigen/andermans believen (naar gelang het politiek systeem). Vandaar dat zo’n ‘beslisboompje’ zo aantrekkelijk is.

Totdat … een infectieziekte inbreekt in onze ‘knusse’ wereld van weidse (duurzame) toekomstperspectieven die zo zorgvuldig gevoed zijn door een angstig maar nog net te controleren toekomst (als we onze politiek leiders tenminste moeten geloven):

“With the commission due to present on 6 May a revised proposal for a post-2020 budget as part of a Covid-19 recovery plan potentially worth €2 trillion, campaigners have been intensifying calls to place climate and environmental goals at the centre of Europe’s economic revival.

“Perhaps more than ever before, politics and societies in general will have to decide if they are able to let long term collective interests guide them when they make necessary and urgent decisions to overcome short term emergencies,” Timmermans wrote.

Activists are fighting to keep the environment at the centre of EU policy making. The head of Climate Action Network (CAN) Europe, Wendel Trio, echoed the Dutch politician’s concerns in a Monday morning press briefing, where he spelled out his organisation’s demands.

Europe must first of all avoid the next crisis, which may well be climate related. “It might not be as instant as Covid, but definitely one we want to avoid,” Trio said. To this end, CAN Europe wants to see enshrined in the EU recovery plan the principle that climate action is good for the economy, and a recognition that the virus was a direct result of humans “messing up” the ecosystem.”

Me dunkt, er kunnen heel wat analyses losgelaten worden op deze woorden, maar laat vuilnis voor wat het is: vuilnis.

Als we iets kunnen leren van deze pandemische tijd (los van het fluïde begrip van mensenrechten gezien de eenvoud van het uitvoeren van een ‘intelligente lockdown’) is dat er een schreeuwende behoefte is aan robuuste kennis van onszelf en de wereld.

De ‘oplossingen’ van zelfgekozen problemen (ik chargeer hier) blijken moeiteloos overschaduwd door ‘inbreuk van de echte wereld’. Zoals George Boger het zegt in zijn onvolprezen Subordinating Truth – Is Acceptability Acceptable?:

“… good will … is not sufficient to dispel the specter of relativism nor to settle disputes, especially now in an increasingly polarized world.”

Of zoals door de evangelist Johannes een stuk forser is aangezet: “… zijn ook wij blinden?- nee toch! Jezus zegt tot hen: wás u maar blind, dan zoudt ge geen zonde hebben!, maar nu ge zegt ‘wij kunnen kijken’ is uw zonde iets blijvends!”


© 2019. All rights reserved.